Hé, dat wist ik niet...

Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het vaartips-zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
Geen zoekveld? Klik dan op het huisje (home) rechtsboven.

F

Fahrenheit Deze temperatuuraanduiding werd vroeger algemeen gebruikt, nu nog steeds in Engelstalig gebied.
Hoe reken je ook weer om? Kijk bij temperatuurschaal.
Feestdagen In de wateralmanak deel 2 van de ANWB wordt voor de bedieningstijden van bruggen en sluizen de term "Geen bediening op zon- en feestdagen" gebruikt. Het begrip feestdag is echter niet voor iedereen duidelijk. Welke dagen zijn feestdagen? De volgende dagen worden als zodanig aangemerkt.
- Nieuwjaarsdag,
- 2e paasdag,
- Hemelvaartsdag,
- 2e pinksterdag,
- beide kerstdagen.
Op Goede Vrijdag, Bevrijdingsdag (5 mei) en Koninginnedag (30 april) wordt normaal volgens het schema van die dag bediend. In afwijkende gevallen wordt de speciale regeling vermeld.
Fender

Stootkussen of stootwil: "[willen]: Stucken van oude kabels, die men buitewaerts tegen de zijde van het schip hangt, om quetzinge voor te komen". De willen werden ook wel schuttouw genoemd. De oude benamingen voor een stootkussen was: Poddingzak of wrijfworst.
De lengte moet ongeveer 2/3 van de hoogte van het vrijboord zijn.
Bevestig aan de fender een lijn van een dusdanige lengte dat deze vanaf elke plek van het schip tot plat in het water gelaten kan worden. Een snelle en doeltreffende methode om de fenders uit te hangen is het gebruik van de mastworp. Met deze knoop kan je (na enige oefening) de fenders snel uithangen en/of  in hoogte verstellen. De mastworp wordt weliswaar als onbetrouwbaar beschouwd omdat hij bij glad touw iets kan slippen, maar dat is voor een fender onbelangrijk.
afbeelding: Touwslagers knopenpagina
Een andere mogelijkheid is het gebruik van een fenderlijn- of stootwilklem. Het is een goed gebruik om fenders tijdens het varen binnenboord te halen. In watersportbladen is een hele discussie geweest n.a.v. een ingezonden stuk van iemand die sportschippers met uitgehangen fenders niet meer groette. Onzin natuurlijk, van oudere mensen en solovaarders kan niet verwacht worden dat ze op een druk stuk met veel sluizen en bruggen elke keer de zaak binnenboord halen. Verwant: wrijfhout.
Ferrietuig
Een spriettuig heeft het bezwaar dat het zeil over één boeg altijd tegen de spriet hangt en daarmee de bolling tegenhoudt. Het ferriezeil is op een andere wijze aan de spriet bevestigd waardoor het zeil bij overstag gaan over de spriet gehaald kan worden, wat overigens bij korte kruisrakken vanwege de bewerkelijkheid niet gedaan werd. Ferrietuig werd in de tijd van Groenewegen geschreven als ferrytuig en in de 19e eeuw als ferrijtuig.
Fishfinder Echolood waarmee onder de boot naar vis gezocht kan worden, tevens dieptemeter.
Fittingen In het 12/24V boordnet worden voor verlichting alle denkbare lampfittingen gebruikt. Thuis zijn we gewend aan de grote (E27) en kleine fitting (E14) voor gloeilampen en de twee pens (bi-pin) G4 steeklamp voor halogeenverlichting. Voor aan boord ligt dat anders. Een zeer grote verscheidenheid aan schroef-, steek-, klem- en bajonetfittingen is voorhanden. Om enige duidelijkheid (nou ja) te scheppen volgen hier de meest voorkomende coderingen. (inmiddels is het gebruik van led's in opmars)
Halogeen in verlichting: bajonet Ba en twee pens steeklamp G4.
Halogeen in schijnwerpers:  twee pens G6, platte stekerpen PK, ronde stekerpen P en buis R7s.
Koudspiegel:  twee pens GZ en GX.
Buis: verschillende lengtes in klemfitting S8,5
PLS (spaar) in twee pens  G23 en vier pens 2G7
Gloeilampen: zie plaatje voor onderlinge verhouding van schroef- en bajonetcodering.

Ba9s en Ba7s werden meestal voor instrumentverlichting toegepast.
Flankroer Een roer dat menig motorbootschipper op het eerste oog best zou willen hebben. Een flank- of flankingroer werd wel toegepast bij duwboten als extra roer vóór de schroef om de zaak bij achteruitslaan bestuurbaar te houden. Werkt het best als de schroef in een tunnel is geplaatst, waardoor het schroefwater optimaal langs het roerblad wordt geleidt. Het hoofddoel is echter niet de achteruitvarende boot te besturen, doch om vooruitvarend, vooral met stroom mee, bij afstoppen (achteruitslaan) de boot bestuurbaar te houden. Wordt in de pleziervaart niet toegepast omdat een aparte stuurinrichting nodig is. Bovendien maakt het huidig gebruik van boegschroeven zo'n roer overbodig.
Flapkan Drinkkan met deksel. De inhoud was een mengel = 2 pinten = 1,2 liter, maar ook wel als 10 mutsjes = 1,5 liter. Schepelingen kregen een flapkan bier per dag om "het voedsel te verteren". Dit standaardrantsoen verdween in de loop van de 17e eeuw omdat het ouderwets gebrouwen bier op lange reizen niet houdbaar was. Verwant: bottelier, victualiën, zeemansvoeding.
Flexibele koppeling Een flexibele koppeling, ook wel elastische koppeling genoemd, zorgt voor een trillingdempende verbinding tussen schroefas en aandrijving. Ondanks de aanduiding flexibel betreft het een starre verbinding, d.w.z. schroefas en motor + keerkoppeling moeten "in lijn" staan. Nagenoeg in lijn staan, want bij moderne flex-koppelingen is vaak een uitlijnfout tot 2° mogelijk. De meeste fabrikanten leveren flexibele koppelingen die door een ingebouwde stuwdrukdemper de stuwkracht met gedempte axiale trillingen op motor en steunen kunnen overbrengen. Wanneer de motoropstelling dit niet kan verdragen, dient een afzonderlijk stuwdruklager te worden toegepast. Verwant uitlijnen, homokineet.
Flottielje Flottielje wordt gebruikt om een groter verband van oorlogsschepen aan te duiden. Dit in tegenstelling tot een smaldeel of eskader. Een flottielje bestaat uit meerdere divisies (groep van gelijksoortige lichte oorlogsschepen) met benodigde ondersteuning als vlaggenschepen en tankers. Het kan een administratieve aanduiding zijn, maar ook een tactische. Een verzameling schepen bij zeil- en historische evenementen wordt ook wel flottielje genoemd. De oorsprong van het woord lijkt uit het Spaanse flotilla te komen als verkleinwoord van flota (vloot).
Fluitlicht De meer gangbare naam voor het geel helder rondom schijnend licht dat een groot motorschip gelijktijdig met een geluidssein moet tonen. Art 4.01 lid 2 BPR.
Fluitschip
Fok De fok is het driehoekig zeil aan de voorstag of fokkestag van een zeilschip. Het zeil is zo gesneden dat het net voorbij de mast komt, maar toch een spleet openlaat naar het grootzeil. De fok is ook het onderste razeil aan de voormast van grote vierkantgetuigde schepen. De fokkeloet (oude naam: ganzenvleugel) is het rondhout waarmee de fok op een voor-de-windse koers wordt uitgehouden [te loevert gezet], waarbij het ene uiteinde tegen de mast, en het andere in de schoothoek [onderhoek] van de fok steunt. De touwleuver, het oog op die plek voor de fokkeschoten, werd mot genoemd. Een bolgesneden brede en zeer grote fok, die wel op een voordewindse koers met weinig of matige wind wordt gebruikt, heet halfwinder. Verwant: genua, spinnaker.
Fokkeboom Het rondhout bij de onderkant van de fok (het voorzeil), dat het mogelijk maakt dat de fok bij het overstag gaan vanzelf naar de andere kant, het andere boord, over gaat.
Foksel Bemannings(slaap)verblijf voorin de boeg. Ook wel de algemene benaming voor een bemanningsverblijf ongeacht de plek. De naam komt van het Engelse fo'cs'le [forecastle, het voorkasteel op Middeleeuwse schepen]. Het was slecht toeven in de piek, de lage taps toelopende ruimte, die ook nog gebruikt werd als kabelgat, of waar het volkslogies direct boven lag. Op het noordelijk halfrond altijd koud en klam en op het zuidelijk halfrond bloedheet en klam. De benaming voor het kabelgat was niet voor niets "hel".
Fram
De scheepsnaam (betekenis Voorwaarts) van het beroemde schip van de de Noorse poolvorser Fridtjof Nansen, die haar speciaal liet bouwen voor een langdurige expeditie in het drijfijs van de noordpool. Achthonderd ton, L.O.A. 39 m., breedte 11 m., in 1892 gebouwd door Colin Archer. De Fram is te bezichtigen in het Framhuset te Oslo. De Fram was zo geconstrueerd dat zij bij ijspersing op het ijs werd gedreven. Nansen vertrok op 24 juni 1893 met 13 bemanningsleden vanuit Christianafjord en bracht 35 maanden met het schip in het noordpoolgebied door. Op 7 juni 1910 lichtte de Noorse poolvorser Roald Amundsen om middernacht het anker van de Fram, die Fridtjof Nansen hem beschikbaar had gesteld, en verliet hij onopgemerkt de Christianafjord, later Oslofjord genoemd. Zijn acht man sterke bemanning dacht nog altijd dat de bestemming van de Fram de noordpool was, die zij via Kaap Hoorn en het noorden van de Grote Oceaan zouden trachten te bereiken, maar in feite was de kleine driemaster, die als een van de eerste schepen ook een dieselmotor had, al onderweg naar de Zuidpool. Op 14 december 1911 bereikte Amundsen het zuidelijkste punt op aarde, terwijl zijn rivaal, de Engelse officier Scott met zijn bemanning van 33 personen, nog strijd leverde met sneeuw, ijs en kou, en op 29 maart op de terugreis met vier metgezellen om het leven kwam.
Franse motor
Fregat
Fries jacht
Friese boot
Friese maatkast
Friese tjalk
Fuikwanden Bij de aanleggelegenheid van een pontveer met koplading lopen de wanden met sterke, soms verende, stootbalken net als bij een fuik steeds dichter naar elkaar. Deze fuikwandmethode is min of meer terug te vinden bij het remmingwerk (geleidingshoofd) dat de toegang tot een sluis of ander kunstwerk vormt.
FZP FZP (Fries Zomer Peil) is een niveau- of referentievlak ten opzichte waarvan waterhoogten (in Friesland) kunnen worden uitgedrukt. Het ligt op NAP-66cm. Zie ook LLWS en LAT.

 

Heel graag op- of aanmerkingen.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording