kennisbank voor pleziervaart
         en scheepvaarthistorie
 
 

H, dat wist ik niet...
  Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

F

Fahrenheit Fahrenheit was vroeger de meest gebruikelijke temperatuuraanduiding. In Nederland zeker tot de jaren vijftig en nu nog steeds in Engelstalig gebied. Een zomers temperatuurtje van 68 was zeer aangenaam. Iedereen wist wat dat inhield. Wij niet meer. (20C).
Hoe reken je ook weer om? Kijk bij temperatuurschaal.
Fanaal Fanaal is een oude uitdrukking voor een vuurbaken, kust-, sein-, of scheepslicht.
Feestdagen In de wateralmanak deel 2 van de ANWB wordt voor de bedieningstijden van bruggen en sluizen de term "Geen bediening op zon- en feestdagen" gebruikt. Het begrip feestdag is echter niet voor iedereen duidelijk. Welke dagen zijn feestdagen? De volgende dagen worden als zodanig aangemerkt.
- Nieuwjaarsdag,
- 2e paasdag,
- Hemelvaartsdag,
- 2e pinksterdag,
- beide kerstdagen.
Op Goede Vrijdag, Bevrijdingsdag (5 mei) en Koningsdag (27 april) wordt normaal volgens het schema van die dag bediend. In afwijkende gevallen wordt de speciale regeling vermeld.
Verwant: natievlag.
Fender of Stootwil

In de pleziervaart is fender een ander woord voor stootkussen of stootwil: "[willen]: Stucken van oude kabels, die men buitewaerts tegen de zijde van het schip hangt, om quetzinge voor te komen". De willen werden ook wel schuttouw genoemd. De oude benamingen voor een stootkussen was: Poddingzak of wrijfworst. De Friezen spraken over een wriuwbongel (gevlochten langwerpig samengeknoopt touw als stootwil) en kwarksek (een ronde stootwil van gevlochten touw rondom kurk). Bron: Leeuwarder Courant.  In de beroepsvaart zal men met fender over het algemeen de horizontale beschermrand van touw, rubber of kunststof bedoelen aan voor- en achtersteven van b.v. sleepboten, maar ook langs steigers en aan berghouten.

In de pleziervaart zijn luchtgevulde stootwillen gebruikelijk. De lengte moet ongeveer een half tot tweederde van de hoogte van het vrijboord zijn.
Bevestig aan de fender/stootwil een lijn met voldoende lengte om de wil vanaf elke plek van het schip tot plat in het water te kunnen laten en blaas 'm niet hard op. Er zijn pleziervaarders die het ventiel aan de onderzijde prefereren met als argument dat het dan niet door vuil kan verstoppen en bij uitspringen, door te hard opblazen of verkeerde manoeuvre, richting water schiet en niet naar boven. Een snelle en doeltreffende methode om de stootwil aan een reling te hangen is het gebruik van de mastworp. Met deze rondslag kan je (na enige oefening) de stootwillen snel uithangen en/of  in hoogte verstellen. Mocht het touw door de gladde reling gaan slippen dan kan je een dubbele rondslag maken of kiezen voor de beter klemmende en toch gemakkelijk los te halen werpankersteek. Klik op de plaatjes.


mastworp

werpankersteek

werpankersteek met extra halve steek.
 
Een andere mogelijkheid is het gebruik van een fenderlijn- of stootwilklem (google). Het is een goed gebruik om stootwillen tijdens het varen binnenboord te halen. In watersportbladen is een hele discussie geweest n.a.v. een ingezonden stuk van iemand die sportschippers met uitgehangen stootwillen niet meer groette. Onzin natuurlijk, van oudere mensen en solovaarders kan niet verwacht worden dat ze op een druk stuk met veel sluizen en bruggen elke keer de zaak binnenboord halen.
Verwant: wrijfhout.
Ferrietuig
Een spriettuig heeft het bezwaar dat het zeil over n boeg altijd tegen de spriet hangt en daarmee de bolling tegenhoudt. Het ferriezeil is op een andere wijze aan de spriet bevestigd waardoor het zeil bij overstag gaan over de spriet gehaald kan worden, wat overigens bij korte kruisrakken vanwege de bewerkelijkheid niet gedaan werd. Ferrietuig werd in de tijd van Groenewegen geschreven als ferrytuig en in de 19e eeuw als ferrijtuig.
Fiets aan boord Zie vouwfiets en fietsendrager.
Films/video's Collega Pieter Klein van Binnenvaarttaal maakte een lijst van scheepvaartfilms die op het kustvaartforum zijn verschenen.
Filter Zie brandstoffilter (dieselbacterie), waterafscheider en wierpot.
Fishfinder Echolood waarmee onder/voor de boot naar vis gezocht kan worden, tevens dieptemeter.
Fittingen In het 12/24V boordnet worden voor verlichting alle denkbare lampfittingen gebruikt. Thuis zijn we gewend aan de grote (E27) en kleine fitting (E14) voor gloeilampen, spaarlampen en ledlampen. Daarnaast de zeer fragiele en steeds minder toegepaste twee pens (bi-pin) G4 steeklamp voor halogeenverlichting. Voor aan boord ligt dat anders. Zeker bij oude schepen is een zeer grote verscheidenheid aan schroef-, steek-, klem- en bajonetfittingen voorhanden. Om enige duidelijkheid (nou ja) te scheppen volgen hier de meest voorkomende coderingen.
Halogeen in verlichting: bajonet Ba en twee pens steeklamp G4.
Halogeen in schijnwerpers:  twee pens G6, platte stekerpen PK, ronde stekerpen P en buis R7s.
Koudspiegel:  twee pens GZ en GX.
Buis: verschillende lengtes in klemfitting S8,5
PLS (spaar) in twee pens  G23 en vier pens 2G7
Gloeilampen: zie plaatje voor onderlinge verhouding van schroef- en bajonetcodering.

Ba9s en Ba7s werden meestal voor instrumentverlichting toegepast.
Inmiddels [2017] worden, behoudens oude voorraden, gloeilampen, halogeen, spaar- en koudspiegellampen niet meer verkocht . Alles wordt LED. Het valt te verwachten dat de standaard fittingmaten voorlopig nog wel blijven bestaan.
Flamberen In scheepvaarttermen is flamberen het in konvooivaart berispen van een schip dat zich niet op zijn post bevindt of van de bevelen van de konvooileider afwijkt. Van Lennep spreekt in 1856 al over "een sein en een schot als bewijs van ontevredenheid".
Flankroer Een roer dat menig motorbootschipper op het eerste oog best zou willen hebben. Een flank- of flankingroer werd wel toegepast bij duwboten als extra roer vr de schroef om de zaak bij achteruitslaan bestuurbaar te houden. Werkt het best als de schroef in een tunnel is geplaatst, waardoor het schroefwater optimaal langs het roerblad wordt geleidt. Het hoofddoel is echter niet de achteruitvarende boot te besturen, doch om vooruitvarend, vooral met stroom mee, bij afstoppen (achteruitslaan) de boot bestuurbaar te houden. Wordt in de pleziervaart niet toegepast omdat een aparte stuurinrichting nodig is. Bovendien maakt het huidig gebruik van boegschroeven zo'n roer overbodig.
Flapkan Drinkkan met deksel. De inhoud was een mengel = 2 pinten = 1,2 liter, maar ook wel als 10 mutsjes = 1,5 liter. Schepelingen kregen een flapkan bier per dag om "het voedsel te verteren en diende wel gehopt en in de lente of grasmaand te zijn gebrouwen" [NW 415]. Dit standaardrantsoen verdween in de loop van de 17e eeuw omdat het ouderwets gebrouwen bier op lange reizen niet houdbaar was. Op korte reizen naar de Noord- en Oostzee bleef bier wel d scheepsdrank. Verwant: bottelier, victualin, zeemansvoeding.
Flexibele koppeling Een flexibele koppeling, ook wel elastische koppeling genoemd, zorgt voor een trillingdempende verbinding tussen schroefas en aandrijving. Ondanks de aanduiding flexibel betreft het een starre verbinding, d.w.z. schroefas en motor + keerkoppeling moeten "in lijn" staan. Nagenoeg in lijn staan, want bij moderne flex-koppelingen is een uitlijnfout tot 2 mogelijk. Deze tolerantie is bedoeld om het inklinken van het rubber van de motorsteunen (trillingsdempers) op te vangen. De meeste fabrikanten leveren flexibele koppelingen die door een ingebouwde stuwdrukdemper de stuwkracht met gedempte axiale trillingen op motor en steunen kunnen overbrengen. Wanneer de motoropstelling dit niet kan verdragen, dient een afzonderlijk stuwdruklager te worden toegepast. Verwant uitlijnen, homokineet.
Flottielje Flottielje wordt gebruikt om een groter verband van oorlogsschepen aan te duiden. Dit in tegenstelling tot een smaldeel of eskader. Een flottielje bestaat uit meerdere divisies (groep van gelijksoortige lichte oorlogsschepen) met benodigde ondersteuning als vlaggenschepen en tankers. Het kan een administratieve aanduiding zijn, maar ook een tactische. Een verzameling schepen bij zeil- en historische evenementen wordt ook wel flottielje genoemd. De oorsprong van het woord lijkt uit het Spaanse flotilla te komen als verkleinwoord van flota (vloot).
Fluitlicht De meer gangbare naam voor het geel helder rondom schijnend licht dat een groot motorschip gelijktijdig met een geluidssein moet tonen. Art 4.01 lid 2 BPR.
Fluitschip Fluitschip (oude naam gading of gaing), smal karveelgebouwd middeleeuws koopvaardijschip, met rond achterschip, platte bodem en meestal drie masten. Volgens de meeste publicaties ontstaan in Hoorn omstreeks 1595.
Flyshooter Een flyshooter is een vissersschip dat vist met een techniek die gebaseerd is op de snurrevaad visserij. Het schip zet met behulp van lange dikke lijnen een net uit. Het grote verschil is dat met het flyshooten het schip in beweging is in tegenstelling tot de snurrevaad. Ook bij deze methode vindt de vangst overdag plaats en zorgen de lange lijnen voor het opschrikken van de vis en doen deze bij het inhalen in het net belanden. Een nadeel bij deze techniek is dat er ook kleinere soorten en jong spul wordt gevangen. Dit komt omdat de vangst met relatief kleine mazen plaats vindt. Het grote voordeel is dat kwalitatief gezien de vangst hoogwaardig is.  Er wordt hoofdzakelijk op makreel, rode poon en mul gevist. Bron o.a: visenseizoen.
Fok De fok is het driehoekig zeil aan de voorstag of fokkestag van een zeilschip. Het zeil is zo gesneden dat het net voorbij de mast komt, maar toch een spleet openlaat naar het grootzeil. De fok dient niet alleen om meer wind te vangen, maar vooral als hulpmiddel bij het wenden en laveren. De fokkeloet (oude naam: ganzenvleugel) is het rondhout waarmee de fok op een voor-de-windse koers wordt uitgehouden [te loevert gezet], waarbij het ene uiteinde tegen de mast, en het andere in de schoothoek [onderhoek] van de fok steunt. De touwleuver, het oog op die plek voor de fokkeschoten, werd mot genoemd. Een bolgesneden brede en zeer grote fok, die wel op een voordewindse koers met weinig of matige wind wordt gebruikt, heet halfwinder. Op vierkantgetuigde schepen is de fok het onderste razeil aan de voormast. Verwant: genua, spinnaker.
Fokkeboom Het rondhout bij de onderkant van de fok (het voorzeil), dat het mogelijk maakt dat de fok bij het overstag gaan vanzelf naar de andere kant, het andere boord, over gaat.
Foksel Bemannings(slaap)verblijf voorin de boeg. Ook wel de algemene benaming voor een bemanningsverblijf ongeacht de plek. De naam komt van het Engelse fo'cs'le [forecastle, het voorkasteel op Middeleeuwse schepen]. Het was slecht toeven in de piek, de lage taps toelopende ruimte, die ook nog gebruikt werd als kabelgat, of waar het volkslogies direct boven lag. Op het noordelijk halfrond altijd koud en klam en op het zuidelijk halfrond bloedheet en klam. De benaming voor het kabelgat was niet voor niets "hel".
Fram
De scheepsnaam (betekenis Voorwaarts) van het beroemde schip van de de Noorse poolvorser Fridtjof Nansen, die haar speciaal liet bouwen voor een langdurige expeditie in het drijfijs van de noordpool. Achthonderd ton, L.O.A. 39 m., breedte 11 m., in 1892 gebouwd door Colin Archer. De Fram is te bezichtigen in het Framhuset te Oslo. De Fram was zo geconstrueerd dat zij bij ijspersing op het ijs werd gedreven. Nansen vertrok op 24 juni 1893 met 13 bemanningsleden vanuit Christianafjord en bracht 35 maanden met het schip in het noordpoolgebied door. Op 7 juni 1910 lichtte de Noorse poolvorser Roald Amundsen om middernacht het anker van de Fram, die Fridtjof Nansen hem beschikbaar had gesteld, en verliet hij onopgemerkt de Christianafjord, later Oslofjord genoemd. Zijn acht man sterke bemanning dacht nog altijd dat de bestemming van de Fram de noordpool was, die zij via Kaap Hoorn en het noorden van de Grote Oceaan zouden trachten te bereiken, maar in feite was de kleine driemaster, die als een van de eerste schepen ook een dieselmotor had, al onderweg naar de Zuidpool. Op 14 december 1911 bereikte Amundsen het zuidelijkste punt op aarde, terwijl zijn rivaal, de Engelse officier Scott met zijn bemanning van 33 personen, nog strijd leverde met sneeuw, ijs en kou, en op 29 maart op de terugreis met vier metgezellen om het leven kwam.
Franse motor De Franse motor is een fraai gelijnd snel rivierschip met een gewelfde steven, hoog oplopend enigszins waaiervormig boeisel en (oorspronkelijk) scherpe kont van vlak na de 2e wereldoorlog.
Franse paardelijn Een Franse paardelijn was een laatste redmiddel. Het was een lijn die tijdens aktie buitenboord werd gehangen om hen die gedurende gevecht in het water terecht waren gekomen een kans te geven weer aan boord te klauteren. De methode wordt ook wel gebruikt door solo(zee)zeilers als werkelijk laatste redmiddel indien ze onvoorbereid over boord zouden vallen. Het liefst een lijn die net als een valreep voorzien is van knopen [LtzB]. Waarom die lijn "Franse" paardelijn heet is niet bekend. Wellicht heeft het te maken met de uitdrukking "Met de Franse slag". De Franse slag was/is bij paardrijden een zwierige losse slag met een lange zweep die alleen voor uiterlijk vertoon dient. De Fransen zelf noemen het een travail d'arabe. In overdrachtelijke zin: het leveren van halfslachtig werk.
Fregat Fregat is de benaming voor een driemast volschip, aan het eind van de Middeleeuwen ontwikkeld als half koopvaarder half oorlogsschip sterk gelijkend op een pinas, echter met een verder overhangend achterschip. Vr die tijd was het de benaming voor grote open Portugese oorlogsbodems die door zeilen of riemen werden voortbewogen.
Fries jacht Fries jacht wordt gebruikt als benaming voor een in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan open rond zeilvaartuig, in grootte en vorm tussen tjotter en boeier. De benaming kan verwarring opleveren, want "Fries jacht" werd waarschijnlijk vr die tijd ook gebruikt voor boeiers en tjotters zelf.
Friese boot De Friese boot is een platboomd bootje (lengte tussen 4,8 en 5,7m) dat werd gebruikt voor de visserij, de jacht en het vervoer van landbouwprodukten op de Friese meren. Ook bekend als  IJlsterboot. Voor de jacht noemde men ze wel wildsjitter (wildschieter).
Friese maatkast De Friese maatkast is evenals de Friese maat klipper (meer tuig) niets anders dan een schip met aangepaste maten voor de Friese verordening dat voor een zeilschip op de provinciale vaarwegen de maximale maten 31,50 x 6 meter waren toegestaan. Omdat in die jaren de maximaal toegestane breedte van een motorschip maar 5.40 meter was, is de zeilkast lang populair gebleven.
Friese tjalk De echte Friesche tjalk (dus niet het sktsje), onderscheidt zich van niet Friese tjalken (b.v. Hollandse en Groninger tjalken) door een rondere vorm en slanker aanzicht. Dit komt door de gestrektere lijnen, een wat meer voorover vallende steven en een smaller toelopend boeisel op de boeg.
Froudegetal William Froude was een hydrodynamicus en scheepsbouwkundige uit de 19e eeuw [1810 - 1879]. Hij hield zich o.m. bezig met scheepsbewegingen onder invloed van golven. Hij bestudeerde daarbij o.a. huidwrijving als dempingsmechanisme en maakte gebruik van gelijkvormigheid van zijn modellen. Hij kwam tot wat nu bekend staat als het Getal van Froude. Als een schip even snel vaart als de natuurlijke golfsnelheid heeft het een Froudegetal van 1. Vaart het langzamer dan heeft het een getal tussen 0 en 1. Waterverplaatsende schepen hebben een getal onder de 1. De boeggolf loopt voor het schip uit en geeft weinig weerstand. Bij Froudegetal 1 blijft de boeggolf voor de steven hangen, hoopt zich op en geeft veel weerstand. Bij snelheden boven 1 gaat het schip "over de boeggolf", ook wel planeergrens genoemd omdat een "speedboot" dan in plan kan komen. Rond 1870 was hij de eerste die de Royal Navy overtuigde een sleeptank te bouwen om verdere proeven met schaalmodellen te doen. In ons computertijdperk blijken die sleeptanks nog steeds onmisbaar. Vaarproeven in het Laboratorium voor Scheepshydromechanica in Delft geven  praktijkinformatie die tot op heden in computersimulatie niet te realiseren is.
Eerste bron: Schuttevaer 28 nov 2015.
Fuikwanden Bij de aanleggelegenheid van een pontveer met koplading lopen de wanden met sterke, soms verende, stootbalken net als bij een fuik steeds dichter naar elkaar. Bij slecht weer of een pontbaas met een kater kon de pont soms stuiterend binnenkomen. Aan boord werd je dan heen en weer geschud en moest je je fiets goed vasthouden :-).  De fuikwandmethode is min of meer terug te vinden bij het remmingwerk (geleidingshoofd) dat de toegang tot een sluis of ander kunstwerk vormt.
Fuikwanden van de oude IJ-pont.
Funnel Funnel is het gangbare Engelse woord voor trechter of in algemene zin de duiding voor een smalle doorgang. In de zeevaart vanaf het stoomvaart tijdperk ingeburgerd als benaming voor een schoorsteenpijp en/of luchtkoker. De kenmerkende blauwe schoorsteenpijpen met zwarte bovenkant van het Engelse scheepvaartbedrijf "A. Holt & Co" (Alfred Holt and Company) zorgde dat de rederij meer bekend werd onder de naam Blue Funnel Line. De schepen van de Hollandse dochteronderneming "Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan" (NSMO) werden blauwpijpers genoemd.
 

Rederijvlag.


Ansichtkaart.
FZP FZP (Fries Zomer Peil) is een niveau- of referentievlak ten opzichte waarvan waterhoogten (in Friesland) kunnen worden uitgedrukt. Het ligt op NAP-66cm. Zie ook LLWS en LAT.

 

  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

Heel graag op- of aanmerkingen.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording