kennisbank voor pleziervaart
         en scheepvaarthistorie
 
 

Hé, dat wist ik niet...
  Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

I
(letter IJ onder Y)

ICC Het ICC (International Certificate for operators of pleasure Craft) is het equivalent van het klein vaarbewijs om in het buitenland te kunnen varen en wordt sinds 2010 automatisch verstrekt na het behalern van het vaarbewijsexamen.
Zie vaardocumenten.
Impeller
Een impeller is de rubber/kunststof waaier (schoepenrad) in een zelfaanzuigende waterpomp. Vooral gebruikt bij opvoerpompen met een relatief grote capaciteit zoals de koelwaterpomp voor aanvoer van buitenwater bij een watergekoelde uitlaat. Zo'n pomp wordt meestal aangedreven door de motor. Een impeller is kwetsbaar, mag niet te lang droog staan en zeker niet droogdraaien. Bij droogdraaien beschadigen de schoepen (flappen) en al zeer snel is het zelfaanzuigend vermogen verdwenen. Na vullen met water werkt de pomp soms weer, maar levert veel minder debiet. Bedenk ook, dat wanneer je omhoog gelopen bent en op eigen (motor)kracht probeert los te malen, enorme hoeveelheden zand en modder onder het schip worden losgewoeld,die niet door de wierpot worden tegengehouden en naar binnen gezogen worden. Dat is desastreus voor de impeller. Zorg dus altijd voor een reserve-exemplaar aan boord. Voor het geld hoef je het niet te laten en het kan veel ellende besparen.
Inboard benzinemotor Veel plezierjachten waren tot in de zeventiger jaren voorzien van een benzinemotor. Een levensgevaarlijke toestand. Elk jaar gebeurden er wel ongelukken. Benzine op zich is niet gevaarlijk, maar de onderin het schip verzamelde benzinedamp wel. Benzinedamp is net als butaan- en propaangas zwaarder dan lucht. Bij een auto is dat niet van toepassing en bij een outboard motor (buitenboordmotor) ook niet. De damp kan immers weg. Er werden wel veiligheidsmaatregelen getroffen als een vonkvrije ventilator (exhauster) die zo'n 10 minuten voor het starten aangezet moest worden om e.v.t aanwezige damp te verwijderen, maar als je aan boord kwam kon je altijd benzinegeur ruiken. Inmiddels (al jaren)  kiest elke botenbouwer bij inboard voor een dieselmotor.
Inclinatie
(magnetische)
Magnetische inclinatie is de hoek die een magneetveld maakt met het referentievlak (bij aardmagnetisme het aardoppervlak). De inclinatie van aardmagnetisme is bij Noord- en Zuidpool het sterkst omdat daar de hoek met het aardoppervlak het grootst is, rechtstandig naar beneden ofwel 90 graden. Die hoek zal naar de evenaar steeds kleiner worden om daar op een inclinatie van nul uit te komen. Het magnetisme loopt daar evenwijdig aan het aardoppervlak. Hieruit volgt dat een ouderwets op een taatslager draaiende kompasnaald in een vloeisofkompas vanaf de evenaar steeds verder uit balans komt. Op het Noordelijk halfrond wordt de noordzijde steeds krachtiger naar beneden getrokken, op het Zuidelijk halfrond de zuidzijde. Men compenseerde dat met een gewichtje. Wanneer dat niet zelf te verplaatsen was waren voor Noordelijk- en Zuidelijk halfrond dus verschillende kompassen nodig.
Magnetische inclinatie is iets anders dan magnetische declinatie. Dat is de zijdelingse afwijking van de kompasnaald, in de praktijk variatie of miswijzing genoemd, ook weer  afhankelijk van waar ter wereld men zich bevindt. Bovendien is declinatie door verplaatsing van de magnetische polen door de tijd heen aan verandering onderhevig.
Bronnen: Wikipedia en Schuttevaer nr. 24 2015.
Verwant: kompas, pelorus, uurbord, koersblok, windstreken, zeilsteen.
In-de-wind Ook wel op-de-wind. De wind komt recht van voren, de zeilen klapperen en leveren geen voortstuwende kracht. De positie om zeil te zetten (hijsen) of om vaart te minderen. Ook een moment bij overstag gaan. zie zeilstanden.
Inhout "Het inhout" of "de inhouten". Bij houten schepen de verzamelnaam voor de dwarsscheepse verbanden. Het geraamte, de spanten, waartegen de buitenhuid komt. Cornelis van Yk spreekt over leggers, wrangers, buikstukken, pijkstukken, oplangers en stutten. Witsen spreekt bij de bovenste delen van de staande spanten niet van "oplangers", maar "oplangen", want volgens hem zijn "oplangers" loopplanken om goederen van en aan boord te brengen. Bij 17e en 18e eeuwse oorlogsschepen werden extra zware inhouten gebruikt om het dwarsscheepse doorhangen van de scheepsromp onder het gewicht van het geschut tegen te gaan. Deze inhouten heetten steunders of stuynders, welke naam ook werd gebruikt voor de verlengstukken van de kattesporen en de opvulling van de vakken tussen de spanten. Bij ronde- en platbodemjachten werden de dwarsscheepse vulbalkjes op het vlak tussen twee tegenover elkaar staande inhouten kalf genoemd [Huit].
Inlaatrooster Bij inlaatopeningen van koelwater en boegschroeven wordt soms een rooster of traliewerk aangebracht.  De gedachte is dat vuil (plastic), waterplanten en drijfhout tegen gehouden wordt. Dat is waar, maar er wordt vergeten dat de opening in dat geval al snel geblokkeerd wordt. Hier geldt dat het middel erger is dan de kwaal. Lees verder bij rooster.
Verwant: wierpot.
Inslingeren Menig ervaren zeeman moest na een tijdje aan wal toch weer wennen aan zeegang, zeker aan deining. Het kon zomaar gebeuren dat hij zeeziek werd. De zeelui noemden dit inslingeren of inschommelen. "Ik moest wel weer even inslingeren" [TvhW].
Inspectie koker In de pleziervaart wordt met een inspectiekoker meestal een verticale koker boven de scheepsschroef bedoeld, die tot net boven de waterlijn komt en afgesloten is door een gekneveld deksel. Via de koker kunnen ongerechtigheden uit de schroef verwijderd worden zonder dat het schip drooggezet hoeft te worden. Het kan gebeuren dat extra betimmering na de bouw, een zwaardere motor of anderszins de diepgang van het achterschip heeft vergroot waardoor de koker niet meer boven de waterlijn komt. De koker kan dan alleen gebruikt worden door het schip op ouderwetse wijze te kroppen. D.w.z. de gewichtsverdeling dusdanig veranderen dat het achterschip omhoog komt. Spullen van achter naar voren brengen en/of een aantal mensen op de voorplecht plaatsen. Het echte "kroppen" gaat zelfs zover dat het achterschip gedeeltelijk boven water komt. Verwant: krengen.
Inspit De Taal van het Water van Jaap van der Wijk vermeldt dit als synoniem voor helmstok. Kennelijk gaat het om een verwijderbare stuurstok in de roerkop. Volgens binnenvaartaal in het Vlaams "inspet" genoemd.
Interkoeling De motor wordt hierbij gekoeld door een van het buitenwater gescheiden circuit. Het buitenwater koelt dit systeem via een warmtewisselaar. Wordt ook wel gesloten koelsysteem genoemd, maar dat is onjuist.
Interval schakelaar De meeste ruitenwissermotortjes kunnen alleen maar aan of uit. Met een beetje geluk heb je wel een parkeerstand, maar een intervalmogelijkheid zoals bij auto's is meestal niet aanwezig. Toch is het eenvoudig zelf te maken. In elke autoaccessoirezaak is voor weinig geld een losse intervalschakelaar te koop. Met behulp van het bijgeleverde aansluitschema kan een kind de was doen. Bij een motor zonder parkeerstand zal de ruitenwisser tussen de intervalslagen natuurlijk niet netjes terugkomen, maar dat is altijd nog beter dan gekras op een bijna droge ruit.
Inundatie Inundatie is onderwaterzetting. Het werd in Nederland eeuwenlang gebruikt als defensief middel. De Hollandse Waterlinie is het bekendste voorbeeld. Op Walcheren is in 1944 inundatie ingezet als middel om de Duitsers te verdrijven. Hiertoe werd op een aantal plaatsen de zeewering met bombardementen vernield waardoor grote delen van Walcheren onder water kwamen te staan. Tegenwoordig wordt inundatie toegepast als tijdelijke waterberging voor dreigende overstromingen van buiten hun oever tredende rivieren.
Verwant: waaiersluis, getijdesluis.

Waarschuwing bij de inundatie van Walcheren.
Invalling
Het binnenwaarts buigen van de scheepswand boven het breedste deel, zodat het schip weer smaller wordt en een min of meer buikige romp krijgt. Deze rompvorm werd vooral bij houten schepen toegepast en komt het best tot uiting in het grootspant. De fluit had een extreme invalling en daardoor een smal dek. Deze opzettelijk smal gehouden dekbreedte was bedoeld om een voordelige tolberekening in de Sont te verkrijgen, daar dit geschiedde met de dekbreedte, althans de inhoud van het grootspant, als basis. De invalling werd ook wel inkomen of keel genoemd en in Engelstalig gebied: tumble home.
Inzinking Als je wilt weten hoeveel dieper je boot in het water komt te liggen bij een bepaald ladinggewicht is het volgende rekensommetje te gebruiken. Een voorwaarde is dat je aan de hand van lengte en breedte het oppervlak ter hoogte van de waterlijn uitrekent. Omdat je boot geen rechthoek is wordt dat schatten. Doe alsof de boot in een grote kist ligt en neem daarvan ter hoogte van de waterlijn lengte x breedte. Bij de voorsteven en wellicht ook achtersteven vallen er als het ware wat "driehoekige" stukken af en je zal moeten schatten hoeveel je in mindering moet brengen. Eigenlijk zou je ook rekening moeten houden met de verticale schuinte, waardoor het waterverplaatsingsoppervlak toeneemt bij grotere diepgang, maar bij een inzinking van een paar centimeter heeft dit nauwelijks invloed.
Stel dat de gevonden oppervlakte 18 m2 is. In dat geval zal het schip bij 1 cm inzinking 180000 (cm2) x 1 = 180 liter meer water verplaatsen. Omdat (zoet) water 1kg per liter weegt, betekent dit dus een waterverplaatsing van 180 kg.
Voilà: bij 180kg extra lading zal de boot dus 1 cm zakken.
Inzinkingsmerk
Het inzinkingsmerk geeft bij een binnenvaartschip het hoogste punt aan van de toegelaten inzinking tot waar het schip beladen mag worden. Het is vergelijkbaar met het uitwateringsmerk van een zeeschip. Anders dan het uitwateringsmerk bestaat het inzinkingsmerk uit één horizontale streep, omdat binnenwater altijd hetzelfde soortelijk gewicht heeft. Het inzinkingsmerk wordt in het Metingsbesluit binnenvaartuigen 1978 ijkmerk of ijkplaat genoemd. Bij een meting is bepaald wat het minimum vrijboord moet zijn om nog veilig te kunnen varen. Een binnenschip is geheel geladen als het "aan de ijk" ligt. Als het "over z'n ijk" gaat, is het te zwaar beladen. Een schipper kan aan een collega over diens kruiphoogte bij beladen toestand vragen hoe hoog hij "op de ijk ligt". 
Zie ook ijkmerken op binnenvaarttaal.
Iso Iso of isofase. Aanduiding op de waterkaart die aangeeft dat een lichtsignaal even lang is als de donkere periode. "Iso 4s" geeft dus een lichtsignaal van 2 seconden en een pauze van 2 seconden; totaal 4 seconden. Daarna hetzelfde patroon, enz...
IVS90 Op hoofdvaarwegen gehanteerd computervolgsysteem dat er voor zorgt dat passage of komst van beroepsvaart van te voren bekend is bij verkeersposten en sluizen. IVS staat voor "Informatie- & Volgsysteem Scheepvaart". Deelname is vrijwillig, maar voor bepaalde categorien geldt een meldingsplicht (langer dan 110m, gevaarlijke stoffen, bijzonder transport etc). Bij de eerste IVS-post wordt het Europanummer gevraagd en variabele gegevens, zoals aantal opvarenden, diepgang, lading, herkomst en bestemming. In later contact met tussenliggende IVS-posten volstaat dan het Europanummer. Communicatie tussen IVS-post en schip geschiedt over het algemeen per marifoon. Bij charter(passagiers)vaart kan dat een probleem geven: "Waar ga je heen" is de vraag. "Weet nog niet" is het antwoord. Tja..., dat kent de IVS-computer niet.

 

  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

Heel graag op- of aanmerkingen
.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording