kennisbank voor pleziervaart
         en scheepvaarthistorie
 
 

Hé, dat wist ik niet...
  Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

R

Ra
De ra's zijn de rondhouten op een vierkantgetuigd schip, waaraan de zeilen worden gevoerd. De ra's zijn beweegbaar aan de voorkant van de mast bevestigd en worden met een eind tuigketting, de borgketting, iets hoger dan de ra met een band om de mast vastgehouden. Men onderscheidt onderra's en marsera's (bovenra's). In de 17e eeuw kende men ree of roe(de). Men sprak b.v. over een begijn-ree en een bezaans-roede. Bij gevechtshandelingen gingen de "raas in ketting": ... en men de groote Fokke-Raas met yseren Kettingen, boven onder de Mars of Mastkorf vastmaakt, op dat zy door den Vyand niet zoo ligt van boven neder kan geschooten worden [NvW]. Verwant: Brassen.
Raai Zie kilometerraai.
Raamrubber
vervangen
Het vervangen van raamrubbers is een handigheid. De een zal er altijd problemen mee hebben, voor de ander is het een fluitje van een cent. Ikzelf was er nooit handig in en ben inmiddels, ook om van de eeuwige zwarte strepen af te zijn, overgegaan op aluminium.
Er zijn ruwweg twee methoden.

1. Rubber rond het glas en dan het geheel plaatsen. (met helper)
2. Rubber in de sponning en daarna het glas plaatsen. (e.v.t. zonder helper)
Methode 1.
Breng het rubber met de uiteinden naar boven om het glas aan, e.v.t. met tape vastzetten.
Leg een touwtje rondom in de buitenste sleuf van het rubber en smeer sleuf en randen van de sponning in met afwasmiddel of nog beter vaseline. Glas met rubber kan nu met de onderkant vanaf de buitenzijde in de sponning gezet worden. Er moet met kracht gedrukt worden terwijl een helper aan de binnenzijde het touwtje rondom eruit trekt. Als het goed gaat springt het rubber over de rand op z'n plek. Let goed op dat tijdens deze operatie het glas goed recht staat en geen overdreven kracht wordt gebruikt waardoor het raam naar binnen wordt gedrukt en het hele verhaal overnieuw kan beginnen. Bij moeilijke stukken voorzichtig met een rubber hamer kloppen. Als de touwmethode niet lukt kunnen de randen ook met een kunststof- of houten spatel stukje voor stukje omgewerkt worden. Voor het aanbrengen van de pees is een pezentrekker (pees-spie trekker) nodig die vaak in bruikleen wordt gegeven door de leverancier. Gebruik ook hier afwasmiddel of vaseline. Snijd de pees pas op lengte als hij er bijna helemaal inzit en zorg dat de uiteinden niet samenvallen met die van het rubber.

Methode 2.
Breng het rubber met de uiteinden naar boven in de sponning aan, e.v.t. met tape vastzetten. Smeer de binnengleuf in met afwasmiddel of vaseline. Plaats het glas vanaf de buitenzijde met een onderhoek in het rubber en houdt het zonder kracht op zijn plek. Werk het rubber met een kunststof- of houten spatel van onder af voorzichtig stukje voor stukje om het glas. Soms kan een heel stuk "geritst" worden. Met een helper is het gemakkelijker, die kan bij lastige stukken vanaf de binnenzijde werken. Verwant: aluminium ramen en soepel houden van rubber.
Radar Radar is een samentrekking van RAdio Detection And Ranging. Met een ronddraaiende antenne wordt snel na elkaar steeds een bundel elektromagnetische golven van een zeer hoge frequentie (9300 Mhz) uitgezonden. Voorwerpen, die in de bundel komen, reflecteren de golven naar de antenne die gekoppeld is aan een radarontvanger welke de tijd die de (zwakke) echo nodig heeft verwerkt tot een afstand en het voorwerp zichtbaar maakt. Op het beeldscherm is de antennepositie (het eigen schip) het middelpunt en wordt de bundel als een ronddraaiende streep geprojecteerd, enigszins vergelijkbaar met een ronddraaiend zoeklicht. Telkens als de streep (sweep) hetzelfde punt passeert wordt betreffende echo vernieuwd. Op die manier is de richting van een bewegend voorwerp te bepalen. Ook de snelheid, maar dat vergt zeer veel ervaring. Voor gebruik op binnenwater is alleen zeer dure professionele apparatuur welke ook voorwerpen op korte afstand reflecteert geschikt. Voor de pleziervaart bestaat weliswaar een "goedkopere"  jachtenradar, maar deze is veel te grofmazig en kan/mag alleen op zee en ruim water (IJsselmeer, Oosterschelde e.d.) gebruikt worden. Het watersportverbond vindt dan ook dat radar voor pleziervaartuigen op binnenwater - tot nu toe - onder de categorie leuke toeters en bellen valt. Voor wie bereid is zo'n 10.000 euro neer te tellen is er wellicht hoop. Alphatron Marine levert een geïntegreerd totaalpakket dat gebruik maakt van navigatiesoftware van het Amerikaanse Nobeltec. De radar is verbonden met een digitaal kaartsysteem op een laptop waar beide beelden over elkaar worden geprojecteerd. De gebruiker zal nog steeds een radardiploma moeten halen, maar krijgt dan een perfecte visualisatie van zijn/haar positie met omringende scheepvaart. Voorlopig [2006] alleen te combineren met zeekaarten. Afwachten dus of de prijs van een combinatie binnenvaartradar en -kaarten hetzelfde is...
Radaropleiding Er zijn maar weinig mogelijkheden voor de pleziervaarder. De schipper werd attent gemaakt op twee opleidingen. Het gaat om onze zuiderbuur NaviClass met een driedaagse theorie- en praktijkopleiding op een varend binnenschip op de Schelde en in Nederland om de praktijkgerichte radarcursus voor watersporters van Peters Marine Consultancy. Bij PMC is zelfs privé-les op eigen boot met radar mogelijk.
Radar
reflector
De reflectie van een klein stalen motor- of zeiljacht op het radarscherm is slecht en niet goed herkenbaar. De meeste plezierjachten zijn daarvoor niet hoog genoeg. Een polyester schip geeft zelfs nagenoeg geen reflectie. Daarom is op een aantal drukke vaarwegen bij slecht zicht een radarreflector verplicht.
Het betreft hier de Zuidhollandse en Zeeuwse wateren en de zeehavens en hun verbindingen naar zee, b.v. Amsterdam, Rotterdam en Delfzijl.
Op de Westerschelde geldt de verplichting ook bij goed zicht.

Bij slecht zicht is een reflector op andere wateren natuurlijk ook geen luxe.
Wat is een goede reflector? Een Engels onderzoek geeft aan dat de beste werking valt te verwachten van een nieuwe generatie actieve elektronische reflectoren. De pittige investering van zo'n 1000 euro wordt in ieder geval voor zeegaande jachten aangeraden. Voor de toervaart op binnenwater kon je tot pakweg 2005 "blindvaren" op een goedgekeurde passieve reflector met het oranje stickertje van de scheepvaartinspectie. Kennelijk vond de inspectie die reflectoren toch niet zo goed, want het stickertje is verdwenen. In plaats daarvan schermen leveranciers nu met goedgekeurd door IOR en RORC. (IOR = International Offshore Rule. RORC = Royal Ocean Racing Club).
Voorwaarde voor een redelijke werking is een grootte van minimaal 31x31x31 cm (de gekende achtkantige) en een minimum hoogte van 4 meter boven het water. Zorg er tevens voor dat hij zo stabiel mogelijk hangt (of staat) en niet voortdurend heen en weer slingert. Je zult je wellicht afvragen waarom een passieve reflector zo'n "ingewikkelde" vorm heeft. Dat is om de radarbundel naar de bron te reflecteren en niet in een andere richting. De reflectorvlakken maken allen een hoek met elkaar van 90º, hetgeen betekent dat het signaal altijd recht wordt teruggekaatst. De radarbundel gedraagt zich als een lichtbundel. Wanneer je de moeite zou nemen zo'n reflector na te maken van spiegeltjes en daar met een zaklantaarn op te schijnen zou je zien dat de lichtstraal altijd naar jou wordt weerkaatst, iets dat je met een enkelvoudig spiegeltje alleen maar lukt als je er recht voor staat.
Er zijn ook duurdere passieve reflectoren in de handel als "Tri-lens", "Echomax 230" en "Firdell Blipper". Ze werken met meerdere lenzen in een fraaie behuizing. Toch is het resultaat op één uitzondering na niet beter dan het goedkope "achtkantje". De goede uitzondering is het grootste type Tri-lens (de 12 inch versie). Deze reflector geeft een sterke echo onder elke hellingshoek en komt in voornoemd Engels onderzoek en in een test van de Waterkampioen als beste uit de bus. Kost een paar centen (rond 260 euro), maar dan heb je ook wat. Voor het regelmatig varen op op vaarwegen met beroepsvaart is deze duurdere aanschaf aan te bevelen. Je kan immers overal overvallen worden door mist of ander slecht zicht. Neem geen loopje met veiligheid.
Raderboot Over raderboten op Nederlands binnenwater is niet veel geschreven. Toch hebben veel van deze machtige stoomboten dienst gedaan in het  streekvervoer, o.a. op de Lek en de Merwede. In Nederland waren het stoomschepen met schoepenraderen in de midscheeps ter weerszijde van het schip. De andere en meer oorspronkelijke uitvoering was een enkel schoepenrad aan de achterzijde. Zo waren de meeste Amerikaanse "hekwielers" uitgevoerd.  De diensten tussen Rotterdam, Schoonhoven en Culemborg en tussen Rotterdam, Dordrecht en Gorinchem waren vele jaren lang de enige verbinding met de tussengelegen plaatsen.
Rak Rechte zeiltrajecten worden een rak genoemd. Voor-de-winds rak en kruisrak zijn aanduidingen voor trajecten van de wind en in de wind. De termen worden hoofdzakelijk in de wedstrijdsport gebezigd, want bij gewoon toerzeilen wordt meestal alleen een kruisrak bedoeld (rak van ongemak). "Rak" is eigenlijk de benaming voor een recht stuk waterweg tussen twee bochten, boeien of andere wateren. Een ent zees of wegs tussen het ene land of hoofd en het andere land. De betekenis is terug te vinden in namen als Damrak, Volkerak en Langerak. Het is echter ook de benaming voor de verbinding tussen ra of gaffel met de mast, waaruit weer samenstellingen zijn voortgekomen als rakband, rakbandleertje, rakbindsel, rakbolletje, rakeind en rakkloot.
Rakbanden De van kloten (kralen) voorziene lijn die het zeil aan de mast houdt
Rantsoenhout Een vergeten woord. Het zou een verbastering zijn van "rands om", de randen die de vorm van het achterschip bepalen. Het rantsoenhout was het achterste spant van een houten scheepsromp, waartegen de hekbalk werd bevestigd. Het spant werd naar boven verlengd met windveren of windvriezen. Hiermee werd zowel de breedte als de vorm van het achterschip (de billen) bepaald
Ratjepé Alleen als wetenswaardigheid. Tot het midden van de vorige eeuw werd wereldwijd bij alle marine's een bruine sneldrogende verf gebruikt voor het ijzerwerk en in het bijzonder ter voorkoming van aangroei van de scheepshuid. Eigenlijk dus menie en antifouling tegelijk. Het giftige goedje dat in 1860 was uitgevonden door Captain John Rathjen uit Bremerhaven bevatte o.m. lood, arsenicum en koper en werkte verbazend goed. Op de bussen stond "Rathjen's Patent Paint". De maten verbasterden dit tot "ratjepé".
Ravallen Zie straffen aan boord.
Rechteroever Zie linkeroever. Nee, geen grap.
Rechtsteven Verzamelnaam voor schepen met een hellende steven met rechte stevenbalk. Kwam vooral voor bij oude vissersschepen. Men noemde de zware balk streek [PvD]. Voorbeelden zijn blazer, grundel, hengst, hoogaars, schokker en pluut. Verwant steilsteven, kromsteven, stafsteven, stevenbalk.
Reddingvest

Met een goed reddingvest (Vlaams: reddingcorset, lijfcorset) kan je niet zwemmen. Het heeft aan de borstzijde meer vulling en een dikke kraag zorgt dat de drenkeling ook op ruw water in bewusteloze toestand met het gezicht boven water blijft. Een opblaasbare wordt sinds de tweede wereldoorlog Mae West genoemd naar de toen bekende rondborstige filmster. Volgens de piloten van de RAF: "Because it bulges in the right places". De automatische versie van zo'n inflatable draagt comfortabel, maar is niet 100% betrouwbaar getuige een dodelijk ongeval in de haven van Enkhuizen in oktober 2004, waarbij het opblaasmechanisme weigerde. Jaarlijkse controle van dat blaasmechanisme is dus noodzakelijk! Sinds enige jaren bestaan er Europese normen (EN) voor alle reddingvesten. Ze zijn ingedeeld op drijfvermogen en mate van veiligheid voor een bewusteloze drenkeling. De zwaarste aanduiding is 275N. Voor gebruik in de offshore zelfs 300N. De letter N staat voor Newton, waarbij elke 10 Newton 1 kg drijfvermogen geeft, in hoofdzaak gerelateerd aan het gewicht van de gedragen kleding. Bij het dragen van een zeilpak of andere zwaarweerkleding adviseert de KNRM een reddingvest van 275N. Voor rustig binnenwater en bij gebruik van zomerkleding kan echter prima een reddingvest met een lager normnummer worden toegepast. 100N, of liever 150N. Pas op bij luier dragende peuters. Moderne wegwerpluiers hebben een enorm drijfvermogen, waardoor het kindje voorover met de kont omhoog komt te liggen. Deze toestand duurt tot de luier zich vol gezogen heeft met water. Ronduit gevaarlijk dus. Gebruik daarom bij luierdragertjes een vest van minimaal 150N. De laagste norm 50N biedt geen bescherming bij bewusteloosheid en is daarom geen reddingvest maar een drijfhulpmiddel. De afbeelding is van een lifejacket zoals eind 19e eeuw door de bemanning van een Engelse lifeboat werd gebruikt. Let op de grotere kurken aan de voorzijde.
Dit artikel is tot stand gekomen in samenspraak met de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij KNRM.
Verwant: drenkeling, onderkoeling en man over boord.
Rederij Een rederij is een bedrijf dat schepen uitrust en exploiteert. Enfin, wie weet dat niet. Oorspronkelijk echter (WvK 323) een vorm van scheepsgebruik waarbij een schip aan verschillende eigenaren toebehoort, die het anders dan krachtens een overeenkomst van vennootschap voor gemeenschappelijke rekening voor "de vaart ter zee" gebruiken. Wanneer de deelgenoten meer dan één schip hadden onstonden even zoveel rederijen. De deelnemers regelden hun zaken middels een "rederijcedul".  De constructie bestond niet in de binnenvaart.
Ree! Uitroep van de roerganger voorafgaand aan het overstag gaan bij een zeilboot. Ree in de betekenis van "klaar" (gereed) of "roer naar lij". De uitroep was oorspronkelijk reeree [NW]. In de praktijk zal het commando gegeven worden na de waarschuwing: "klaar om te wenden", waarna bij "ree" de fok los gelaten kan worden waardoor de kracht op het grootzeil de overhand krijgt en de boot laat oploeven.
Reefer Reefer is de benaming voor een transportmiddel dat temperatuurgevoelige goederen vervoert. Specifiek voor goederen die gekoeld of bevroren moeten blijven. Dit kan betrekking hebben op containers, vliegtuigen en vrachtwagens, maar vooral op schepen waarvan de gehele laadruimte is uitgerust met een koel- of vriesinstallatie. We spreken dan over koelschepen en vriesschepen. Vriesgoed wordt vervoerd op -20 °C, gekoelde producten tussen 0 °C en 13.3 °C afhankelijk van het product. Reefers zijn meestal wit om de warmte van de zon te reflecteren. Het woord is afgeleid van het Engelse "refrigerator" dat werd afgekort tot "ref" en uiteindelijk verbasterd tot reefer. De vloot van reefers is aan het krimpen,want transporteurs geven steeds meer de voorkeur aan koelcontainers (reefercontainers).
Reep Ander woord voor touw of lijn. Het Engelse rope (touw) zou ten grondslag liggen aan reep. Het touw met drijvers aan een visnet heet zo, maar we zien het ook in combinatiewoorden als talreep, valreep, smeerreep en stuurreep. Over de stuurreep valt nog wat aardigs te vertellen. Pas met de toepassing van het stuurrad aan het eind van 17e eeuw kwam de stuurreep in beeld. De helmstok werd verkort en aan weerszijde werd een reep bevestigd die via blokken naar het stuurrad liep. De beste stuurrepen kwamen van de walrussen uit de Witte Zee. Het waren als touw ineengevlochten repen walrushuid.
Reepschieter De reepschieter is een jonge opvarende van een drijfnetvisser die bij het inhalen van de vleet belast is met het opschieten van de reep in het reepruim. Net een tikje hoger dan een afhouder. De reep werd om de kaapstander belegd en wanneer die in beweging werd gezet, strak gehouden door de afhouder. Toen de kaapstander nog niet mechanisch werd aangedreven, werd hij door twee of vier mannen in beweging gebracht die in het rond liepen en aan staken duwden die aan de kaapstander waren bevestigd. De kaapstander stond op het achterdek waar zich ook het ruim (reepkee) bevond waarin de drie km lange reep werd 'opgeschoten'. Dat opschieten werd gedaan door de reepschieter die dat met veel zorg moest doen opdat bij het schieten van de vleet de reep niet kon "besnijden" (in de war raken).
Bron: Nico Pronk
Registratie Plezierjachten, uitgezonderd snelle motorboten, hoeven niet geregistreerd te worden. Er bestaat een mogelijkheid je schip te boek te laten stellen bij het kadaster, maar dat is op vrijwillige basis. Het schip wordt dan afhankelijk van vaargebied als binnenschip (categorie B) of zeeschip (categorie Z) geregistreerd met een uniek brandmerknummer. Het leuke is dat op het "roerend" schip nu regels van onroerend goed van toepassing zijn. Denk aan het verkrijgen van een hypotheek en een betere juridische bescherming bij diefstal. Verkoop brengt wel papierwerk met zich mee. De eigendomsakte zal in het kadaster overgeschreven moeten worden. Voor schepen met een waterverplaatsing van meer dan 10 ton is tussenkomst van een notaris of beëdigd scheepsmakelaar nodig, voor kleinere vaartuigen niet.
Snelle motorboten moeten wel een registratiebewijs hebben dat verkrijgbaar is op het postkantoor en volgens voorschrift (uit de bijlage van het registratiebewijs) op de boot moet worden aangebracht. Als je een gebruikte snelle motorboot koopt, moet de boot op naam worden overgeschreven. Het aanvraagformulier daarvoor is te downloaden op de site van de RDW. Het eerder afgegeven registratiebewijs moet ingeleverd worden. Hoewel de bestuurder van een snelle motorboot een vaarbewijs moet hebben hoeft de eigenaar op wiens naam de boot komt geen vaarbewijs te tonen. Houdt er ook rekening mee dat de RDW geen vrijwaringsbewijs verstrekt.
Nieuwe, volgens CE-normen gebouwde schepen, worden tegenwoordig door de bouwer voorzien van een cincode. Kijk verder ook bij thuishaven.
Registratie
vissersschepen
Vissersvaartuigen voeren duidelijk zichtbare lettertekens met een volgnummer. Dit consentnummer geeft aan in welke thuishaven het schip is ingeschreven. Elke gemeente waar vissersschepen hun thuishaven hadden moest sedert 1883 een register van consenten (vergunningen) bijhouden met doorlopend nummer. Tegenwoordig samengevoegd in het Centraal Visserijregister. Het voeren van de afkorting van de thuishaven met nummer bestond al in de Franse tijd (1808), maar werd pas in 1883 verplicht. Omdat het leuk is de thuishaven van het schip te weten, hieronder de 54 nu nog in gebruik zijnde consentletters:
ARM
BIW
BR
BRU
BU
BZ
DM
DZ
EH
FI
GM
GO
GOE
HA
HD
HI
HK
HN
HON
IJM
KG
KL
KW
LE
LO
ME
MO
Arnemuiden
Broek in Waterland
Oostburg-Breskens
Bruinisse
Bunschoten
Bergen op Zoom
Diemen
Delfzijl
Enkhuizen
Finsterwolde
Genemuiden
Goedereede
Goes
Harlingen
Den Helder
Hindelopen
Harderwijk
Hoorn
Hontenisse
Velsen-IJmuiden
Kortgene
Klundert
Katwijk
Lemmer
Lauwersoog
Medemblik
Monnickendan
MS
NB
NZ
OD
OH
OL
RD
SCH
SL
SLO
TH
TM
TX
UK
UQ
VD
VL
VLI
VLL
WK
WL
WON
WR
WSW
YE
ZK
ZZ
Midden-Schouwen
Nieuw-Beijerland
Terneuzen
Ouddorp
Zeevang-Oosthuizen
Oostdongeradeel
Ransdorp
Scheveningen
Stellendam
Sloten (Fr.)
Tholen
Termunten
Texel
Urk
Usquert
Edam-Volendam
Vlaardingen
Vlissingen
Vlieland
Workum
Westdongeradeel
Wonseradeel (Makkum)
Wieringen
Westerschouwen
Yerseke
Zoutkamp
Zierikzee
Er is echter een veelvoud van consentletters niet meer in gebruik. De vissersplaatsen zijn er niet meer of bezitten geen vissersvloot meer. Toch kan je ze bij gerestaureerde schepen nog tegen komen. Hieronder de 194, die niet meer "officieel" in gebruik zijn.
(de afkorting "i.s.p." staat voor: "in sommige publicaties" ).
AK
AL
ALK
AM
AP
AS
AV
AW
BAF
BAR
BC
BG
BH
BI
BIE
BKH
BL
BLK
BLO
BM
BOL
BT
BTS
CG
CLN
CLP
CO
CZ
DB
DD
DL
DN
DOW
DS
DU
DV
DW
EB
EE
EG
ES
EWD
EZ
FA
FR
GA
GD
GDW
GG
GRA
GRO
GS
GT
GV
HAL
HAS
HB
HD
HL
HNO
HO
HOE
HOK
HP
HR
HS
HSD
HT
HV
HVH
HVL
HW
HZ
IL
KAL
KB
KD
KE
KH
KK
KN
KO
KP
KU
LM
LP
LS
LW
MA
MB
MD
MEL
MG
MK
ML
MP
MU
Andijk
Ameland
Alkmaar
Amsterdam
Anna Paulowna
Assendelft
Avenhorn
Aengwirden
Baflo
Barradeel
Bovenkarspel
Bergen
Brouwershaven
Den Briel
Biervliet
Berkhout
Blankenham
Blokker
Blokzijl
Bierum
Broek op Langedijk
Beerta
Beets
Callantsoog
Clinge
Colijnsplaat (i.s.p. CP)
Callantsoog
Cadzand (CA)
Den Bommel
Dordrecht
Doel
Duivendijke
Doniawerstal
Doornspijk
Dubbeldam
Deventer
De Werken (Doniawestal)
Elburg
Eenrum
Egmond aan Zee
Eemnes
Ellewoutsdijk
Ezinge
Franekeradeel
Franeker (i.s.p. FN)
Gaasterland
's-Gravendeel
Goudsweerd
Geertruidenberg
Graauw en Langendam
Groningen
Gasselte
Grafhorst
Geervliet
Halsteren
Hasselt
Het Bildt
Hardinxveld
Hemelumer Oldeferd
Heinenoord
Hoogeveen
Hoedekenskerke
Hoek
Hoofdplaat
Herkingen
Haamstede
Heusden
Heenvliet
Hellevoetsluis
Hoek van Holland
Hoogvliet
Hoogwoud
Huizen
Ilpendam
Krimpen aan de Lek
Krabbendijke
Kattendijke
Kerkwerve
Kolhorn
Koudekerke
Kruiningen
Koog a/d Zaan
Kampen
Kuinre
Landsmeer
Loppersum
Leens
Leeuwarden
Maassluis
Middelburg
Middelharnis
Melissant
Middelburg
Marken
Maasland
Meppel
Muiden
ND
NI
NK
NS
NTO
NU
NV
NW
OBL
ODB
OK
OO
OP
OS
OSD
OV
OWS
OZ
PH
PI
PM
PR
PS
PU
PV
RA
RL
RO
RP
RT
RZ
SA
SAH
SAL
SDM
SH
SI
SIL
SMA
SMD
SMI
SNE
SPA
SPC
SPK
SRN
ST
STB
STL
STO
STR
SV
SVG
TB
TD
TS
UD
V
VE
VH
VN
WAN
WAR
WB
WDS
WF
WIN
WKD
WM
WMD
WMH
WOE
WOU
WPD
WRW
WU
WV
WW
WZ
YM
IJS
YT
ZA
ZB
ZD
ZE
ZG
ZL
ZM
ZO
ZS
ZU
ZV
ZVC
ZW
ZWD
ZIJ
Nieuwe Niedorp
Nieuwendam
Nijkerk
Nieuwe-Schans
Nieuwe Tonge
Numansdorp
Nieuw-Vossenmeer
Noordwijk
Oud-Beijerland
Oudenbosch
Ouwerkerk
Oosterland
Ooltgensplaat
Ossenisse
Ossendrecht
Oostvoorne
Oost en West Souburg
Oostzaan (met thuishaven Durgerdam)
Piershil
Philippinne
Purmerend
Pernis
St Philipsland (i.s.p. PL)
Putten
Poortvliet
Raamsdonk
Rilland
Rotterdam
De Rijp
Retranchement
Rozenburg
Zandvliet
Stad aan 't Haringvliet
Sint Annaland
Schiedam
Schellinkhout
Scherpenisse
Sliedrecht
Smallingerland
St Maartensdijk
Smilde
Sneek (isp: SK)
Spaarndam (i.s.p. SP)
Sprang Capelle
Spijkenisse
Schermerhorn
Staveren
Steenbergen
Schoterland (i.s.p. tot 1911 de registratie van Stellendam)
Stoppeldijk
Strijen
Stavenisse
Sas van Gent
Ten Boer
Tietjerksteradeel
Terschelling
Utingeradeel
Veen (twijfel over de juistheid, één letter?)
Veere
Venhuizen
Vollenhove
Wanneperveen
Warder
Wymbritseradeel (Heeg)
Wijdenes (i.s.p. WDN)
Wervershoof
Winkel
Werkendam
Willemstad
Wemeldinge
Warmenhuizen
Woensdrecht
Woudrichem
Wolphaartsdijk
Wieringerwaard
Wilsum
Wildervank
Weststellingwerf
Westzaan
IJmuiden (nu in gebruik als IJM, zie: Velzen-IJmuiden)
IJsselmuiden
Yist
Zaandam
Zuid-Beijerland
Zuidland
Zwolle
Zevenbergen
Hooge en Lage Zwaluwe
Zaamslag
Zoutelande
Zwartsluis
Zuid Scharwoude
Zandvoort
Zalk en Veecaten (tot 1937)
Zwartewaal
Zwijndrecht
Zijpe

Lettertekens van de (oude) Vlaamse zeevisserij.:
B
C
P
H
N
O
OD
Blankenberge
Coxijde
De Panne
Heist
Nieuwpoort
Oostende
Oost-Duinkerke
Reglementen Voor de vaargebieden in Nederland en de kustwateren zijn verschillende reglementen van kracht. De belangrijksten zijn het BPR en RPR. Op het overzichtskaartje kan je zien waar andere reglementen van kracht zijn.
Reis Door binnenvaartschippers gebruikte term voor het vervoer van lading van A naar B. Men heeft een "reisje" of is "aan de reis" (onderweg). Op binnenvaarttaal vinden we ook "een reisje in ballast". Dat is een (terug)reis zonder vracht of een reis met slecht betaalde lading.
Relais Een relais is een indirect bediende schakelaar die meestal langs elektrische weg via een anker of draaispoel een maak-, breek-, of omkeerverbinding tot stand brengt. Relais kunnen een veel zwaardere stroom schakelen dan een handschakelaar en worden aan boord toegepast bij het op afstand schakelen van zware stroomverbindingen. Voor de bedieningsknop van het relais kan volstaan worden met een dunne schakeldraad. Een aansluitschema bij luchthoorn.
Reling Open hekwerk rond het gangboord, eertijds regeling , maar oorspronkelijk de benaming voor de houten lijst op de verschansing. Voor pleziervaartuigen geldt geen relingplicht, voor passagiersschepen wel. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) is per 1 dec. 2011 zelfs verder gegaan door een relingplicht in te stellen (90cm hoge reling) voor alle nieuwe binnenvaartschepen tot 50 meter. Voor langere nieuwbouwschepen en reeds bestaande binnenvaartschepen zonder reling geldt vanaf die datum de verplichting om aan dek een reddingvest te dragen.
CCR-lidstaten zijn: Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland.
Verwant: scepter,
Remming Remmingwerk biedt kunstwerken bescherming tegen schade door aanvaren en geeft soms mogelijkheid tot tijdelijk afmeren in afwachting van het draaien van brug of sluis. Het is verboden aan de doorvaartzijde van de remmingwerken te meren omdat de doorvaart voor de beroepsvaart, die na openen van de brug altijd eerst opvaart, niet belemmerd mag worden. De beschermende paalconstructie aan het uiteinde van een sluishoofd wordt aanvaarhoofd of geleidingshoofd genoemd.
Verwant: dukdalf, paalmuts, fuikwanden.

Nieuw remmingwerk voorzien van witte paalmutsen.
Retourschip Retourschepen waren Oostindiëvaarders van de VOC. Klik op de link.
Reven Reven is het verkleinen van het zeiloppervlak bij sterke wind. Het zeil wordt aan het onder- of voorlijk opgerold of samengebonden, m.b.v. ingenaaide riflijntjes (reefknuttels of seizings) of een doorlopende reeflijn als smeerreep. "Even een rifje zetten". Een andere methode is een rolrif, waarbij het zeil om de giek gerold wordt. De giek moet dan voorzien zijn van een wervel (rechterplaatje), die voorkomt dat schoot en kraanlijn gaan meedraaien en in de knoop raken. Een vroegere methode om het zeiloppervlak te verminderen was om het zeil wat omhoog of naar voren te halen met een kat- of geilijn. Men kende b.v. de zwane(n)vleugel. Het razeil werd aan loefzijde gegeid (opgehaald) zodat het daar tegen de ra gebonden was en slechts een gedeelte aan lijzijde (van de wind af) bijstond. Vooral toegepast om bij te liggen bij zware storm. Op zeegaande vierkantgetuigde schepen waren de zeilen zo zwaar dat het met een geitalie gebeurde. De Middeleeuwse zeelui uit de Middellandse Zee kenden het reven niet. Het zeildoek werd geheel of in het geheel niet gebruikt. De Noorderlingen wisten het wel. Ze konden het zeiloppervlak verminderen door de zeilen bij de top of in het midden op te vouwen. (Hendrik Willem van Loon). Zie ook seizing.
 

 
Richtingaanwijzer Hoe geef je als pleziervaarder op druk water een koersverandering aan? Auto's hebben een clignoteur. Het BPR voorziet daar niet in. Er zijn voor dat doel weliswaar geluidsseinen, de z.g.n. manoeuvreerseinen, maar die mogen door kleine schepen niet gebruikt worden en de vraag is of een medepleziervaarder het kort (ik ga stuurboord uit), of 2x kort (ik ga bakboord uit) zal herkennen. Zelfs op zee waren er aanvaringen omdat fluitsignalen niet goed werden gegeven of begrepen. In de zestiger jaren is op verscheidene Nederlandse schepen een richtingaanwijzer toegepast naar een idee van Kapt.Vreugdenhil. De aanwijzers bestonden uit twee 6 meter lange pijlen gevormd door meerdere witte lichten, die als aanvulling op de fluitseinen werden gebruikt en door het ZAR (de huidige BVA) werden toegestaan.. De zichtbaarheid overdag was niet geweldig. Voor zover bekend weinig navolging.
Riem
(roeispaan)
Een houten spaan met smal roeiblad en lang rond handvat, welke tenminste in het midden, maar vaak ook over de volle lengte vierkant was om onkantelbaar in de dol te passen, of een oog dat om de roeipen scharniert bij het roeien. Ronde riemen werden gebruikt voor wrikken. We kennen bled- en slagriemen. De bledriem heeft een langwerpig roeiblad en de slagriem een ovaal roeiblad. Voor smalle kreken waar het gebruik van riemen niet mogelijk is gebruikt men een pagaai (peddel) met breed peervormig blad. De pagaai wordt indien men alleen is beurtelings aan bak- of stuurboord gebruikt. Bij meerdere roeiers werd bij de marine om de maat te houden na elke drie slagen de pagaai met een lichte slag op het dolboord gehouden [Chb1].
Rinket Schuif waardoor water in of uit de sluiskolk kan stromen tijdens het schutten.
Rivier varen Varen op rivieren is weer eens wat anders. Je krijgt te maken met veel beroepsvaart, stroom en kribben. Belangrijke stelregel: Vaar nooit in het midden, kijk voortdurend om je heen en gebruik de marifoon om uit te luisteren. Sterker nog; blijf weg wanneer je geen marifoon hebt. Volg bij het maken van contact (b.v. met die "grote jongen" achter je) de juiste procedure en roep aan met de scheepsnaam. Als je die niet kunt lezen pak dan de verrekijker...
Met name op de Gelderse IJssel kan afhankelijk van het jaargetijde veel stroom staan.
Stroomafwaarts varend worden dan ook hoge vaarsnelheden bereikt, zeker het eerste gedeelte Arnhem - Deventer. Binnenschippers zullen de buitenbochten nemen, daar staat de meeste stroom. Die vaargeul (stroomlijn of slochter) is d.m.v. bakens op de wal aangegeven. Als je daar op let kan je mooi anticiperen op wat de binnenschipper zal gaan doen. Een tegemoetkomend vrachtschip zal bij bochten de binnenbocht nemen om de tegenstroom zoveel mogelijk te ontwijken. Bij het varen aan de "verkeerde wal" zal hij zijn blauwe bord tonen. Het binnenvaren van een stroomhaven als Zutphen vergt aandacht. Een ervaren plezierschipper doet dit met stroom mee door zijn boot al voor de haveningang naar binnen te sturen.  Een onervaren schipper kan beter de haveningang voorbij varen en draaien om tegenstrooms naar binnen te gaan.
Stroomopwaarts varend kan je besluiten om te gaan "kribbetje varen". Dat wil zeggen dat je steeds tussen de kribben vaart waar nauwelijks of geen stroom staat en soms zelfs in tegengestelde richting, de neer. Denk bij het ronden van de koppen aan een ruime afstand vanwege de steenstort. Beroepsvaart wil tegenstroom ook graag zo dicht mogelijk langs de kribben varen om zoveel mogelijk buiten de stroomlijn te blijven. Zorg dus dat je er niet tussenkomt. Hieronder een afbeelding van een bocht in de rivier met bijbehorende tekens (BPR, bijlage 8, art 5: markering loop van de vaargeul). Verwant: blauw bord, betonning, vaarregels.

Rode diesel Er zijn twee soorten dieselolie, rode en witte. De brandstof is hetzelfde, maar aan de rode is een kleurstof toegevoegd die nog heel lang meetbare sporen in de tank achter laat. De rode brandstof is met minder accijns belast en dus goedkoper. Helaas is het voor de gewone pleziervaarder ongeacht de lengte van zijn boot niet toegestaan rode diesel voor de voortstuwing te gebruiken, het mag zelfs niet in de tank aanwezig zijn. Bij een aparte tank voor kachel en/of koken is rode diesel wel toegestaan.
Per 1 januari 2013 is ook dat verboden.
Dan geldt dat rode gasolie alleen nog maar mag worden ingenomen door beroepsvaart (alle schepen behalve pleziervaart). Dus ook niet meer voor landbouw, woonschepen en varend erfgoed. De douane omschrijft het voor beroepsvaart als "voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen". [Schut]
Per 1 januari 2014 volgt een boete voor aanwezigheid.
Vanaf dan mag (ook voor varend erfgoed) geen rode diesel meer in de tanks aanwezig zijn. Het innemen was sinds 1 jan 2013 al verboden. Het verbod geldt ook voor gebruik voor verwarming. De boete bedraagt 4,53 euro per liter tankinhoud met een minimum van 226 euro en een maximum van 4530 euro. Tevens volgt een naheffing van accijns gebaseerd op de max. tankinhoud. Een uitstapje naar België of Groot Britannië om daar te tanken biedt dus geen soelaas meer.
Roedetuig Roedetuig is kennelijk de oude benaming voor een torentuig. In een betrekkelijk korte periode 17e -18e eeuw, komen we "roedetuig" tegen voor het toen nog nauwelijks bekende torentuig. Afbeeldingen van speeljachten en melkschuiten tonen scheepjes met een spits toelopend zeil zonder gaffel aan een ongestaagde achterover hellende doorbuigende mast.
Bron: "Vroeg zeventiende-eeuwse steekschuiten", P.J.M. Martens, Spiegel der Zeilvaart nov. 2010.
Roef

Op binnenwater de benaming voor een kajuit of hut. Op de meeste binnenvaartschepen bevindt de roef zich achter het stuurhuis en herbergt een complete woning. Op Franse spitsen zag je die woning wel onder het achterdek omdat dan de volledige breedte van het schip benut kon worden. De oude benaming, coot = achteronder, werd eer aan gedaan. Er zijn ook schepen gebouwd die de roef "aan de den" hadden. De woonruimte was dan vóór het stuurhuis tot tegen de luiken gebouwd. Op oude schepen kende men ook een laadroef. Dat was een roef waar (een gedeelte van) de deklast droog gehouden werd. Soms niet meer dan een tijdelijk met schotten verhoogde door luiken afgedekte den. Dan werd veelal de benaming potkast gebruikt. Op de afbeelding is aan de voorkant van de roef een geleiding te zien waar de potkast houvast had. Een verhoging zonder luiken (bietencampagne) werd kraam genoemd. Niet alle schippers gebruikten die duidingen op dezelfde wijze.
Op trekschuiten betaalden de passagiers wel "roefgeld" om in de roef te mogen zitten.
Roeien

Om een boot d.m.v. roeispanen (riemen) voort te bewegen zijn een viertal methoden; jolroeien, boordroeien, om-en-om roeien en wrikken. Een goed roeitempo is 20 slagen per minuut. Bij het jolroeien wordt de boot geroeid door één man met twee riemen. Bij het boordroeien door meer mensen, hetzij één man per doft met twee riemen, hetzij twee man naast elkaar op dezelfde doft, waarbij ieder een kortere riem hanteert (in zeemanstaal: dubbeld riem).
Bij het om-en-om roeien zit de roeier aan het boord tegenover dat waar zijn riem uitsteekt en bedient alleen die ene langere riem (in zeemanstaal: enkeld riem).
Als wetenswaardigheid hieronder de waarschuwings- en uitvoeringscommando's zoals die aan de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam in 1947 aan stuurlui werden onderwezen. Het gaat om benamingen en commando's voor het om-en-om roeien met een viermanssloep (op de afbeelding een whaleboot):
Boeg 1 is de roeier aan bakboord op de voorste doft (haak-vóór).
Boeg 2 is de roeier aan stuurboord op de volgende doft.
Slag 2 is de roeier aan bakboord op de derde doft.
Slag 1 is de roeier aan stuurboord op de vierde doft (haak-achter).
Omdat de riemen aan de tegenovergestelde kant uitsteken zijn boeg 1 en slag 2 dus stuurboords- en de anderen bakboordsroeiers.
Slagroeiers zijn de achterste roeiers die het ritme en tempo van de slag aangeven.
(onderstaande foto's zijn van boordroeien).
zet af - voor Boeg 1 zet met de voorste bootshaak (haak-vóór) de sloep goed vrij.
willen - binnen
dollen - binnen
Na deze waarschuwings- en uitvoeringscommando's worden de stootwillen, die naast elke roeier buitenboord hangen, door de roeiers binnenboord gehaald en de dollen ingezet.
riemen - toe Bij het waarschuwingscommando "riemen" halen de beide boegroeiers eerst hun riem wat naar voren en leggen die zover over de boeg, dat zij hem makkelijk in evenwicht kunnen pakken en vrijhouden van hun slagroeier. Boeg 1 en slag 2 leggen hun rechterhand in bovengreep ter hoogte van het leer op de riem, hun linkerhand in ondergreep zover mogelijk naar voren, terwijl de beide andere roeiers juist andersom hun handen plaatsen. Bij het commando "toe" heffen alle roeiers hun riemen omhoog, bladen enigszins schuin naar boven (20°), draaien, zoveel mogelijk gelijk, de riemen dwarsscheeps met de bladen naar buiten, oplettend elkaar hierbij niet te stoten, leggen de riemen dwars voor zich op het dolboord in de dollen en voeren ze uit, totdat de kraag aan de binnenkant tegen de dol steunt, de bladen horizontaal en boven water. Na enige oefening wordt dit commando als één beweging uitgevoerd.
haalóp - gelijk Bij het waarschuwingscommando "haalóp" buigen de roeiers het lichaam voorover, strekken de armen en buigen de polsen naar voren, waardoor de riemen een kwart slag gedraaid worden en dus vertikaal boven het water staan. Bij uitvoeringscommando "gelijk" worden de bladen in het water geplaatst en in één beweging doorgetrokken.
strijk - gelijk Bij het waarschuwingscommando "strijk" brengen de roeiers het lichaam gestrekt achterover, brengen de handen voor de borst met de polsen achterover gebogen, waardoor de bladen vertikaal boven water gereed staan om te strijken. Bij het commando "gelijk" worden de bladen ruim half in het water gezet en in één beweging door het water naar voren gebracht, waarbij ook het lichaam naar voren gaat. Aan het eind van deze slag gaan de bladen uit het water en horizontaal weer naar achteren, gereed voor de volgende slag.
lopen - riemen Bij het waarschuwingscommando "lopen" zijn de roeiers verdacht op de komende manoeuvre. Bij "riemen" wordt door hen de greep van de riem zo ver mogelijk naar voren en naar buiten geduwd, zodat de riemen langs de huid meeslepen. Wil men na deze manoeuvre weer gaan roeien, dan volgt het commando: "riemen - toe".
op - riemen Het commando "op" is weer de waarschuwing en bij "riemen" houden de roeiers hun riemen dwars uit en stil, met het blad horizontaal. Zij blijven rechtop en met het gelaat naar achteren zitten, ellebogen gesloten aan het lichaam.
over - riemen Bij dit commando halen de roeiers de riemen dwarsover naar binnen, totdat de kraag tegen het dolboord aan hun zijde komt; bladen horizontaal. Geschiedt het tijdens pleziertochten, met de bedoeling van rust nemen, dan kan de stuurman daarvan kennis geven en mag de houding ongedwongen zijn.
halve - riemen Dit commando wordt gegeven om door een nauwte te roeien, waarin de riemen niet geheel buitenboord kunnen blijven. De riemen worden dwarsover ingekort en er wordt op deze wijze doorgeroeid.
stop - af De stuurman geeft dit commando, indien om de een of andere reden de vaart uit de sloep moet worden gehaald. Op het commando "af" worden de riemen met het blad vertikaal dwarsuit in het water gehouden, terwijl ze met de greep worden tegengehouden, teneinde door de tegenstand de vaart te remmen.
stuurboord - best
(bakboord - best)
In dit geval roeien de gecommandeerde roeiers van betreffende zijde stevig door, terwijl de anderen de roeibeweging meemaken, doch niet trekken.
strijk sb (bb), haal bb (sb) - gelijk Een toepassing van dit commando heeft plaats bij het ronden van een boei of maken van een scherpe bocht. Bij het waarschuwings commando blijven de BB roeiers doorhalen en gaan SB roeiers gereed zitten voor strijken (of andersom), om bij het uitvoeringscommando "gelijk" (vooral goed op tijd te geven), tegelijk en in de slag te strijken en te halen.
haal op sb - gelijk
haal op bb - gelijk
Wordt na het voorgaande commando of na "riemen-toe", (zie "lopen - riemen") uitgevoerd door de daartoe gecommandeerde roeiers.
strijk sb - gelijk
strijk bb - gelijk
Als boven.
wel - geroeid Bij het waarschuwingscommando "wel" worden de riemen dwarsover gebracht; boeg 1 en slag 2 vatten de riem met de rechterhand vlak buiten het leer in bovengreep en de linkerhand gestrekt naar het midden van de riem in ondergreep; de beide andere roeiers juist omgekeerd. Bij commando "geroeid' worden de vier riemen gelijktijdig schouderhoogte opgetild, het blad schuin opwaarts in langscheepse richting en naar voren gedraaid en in het midden op de doften gelegd. Ieder draagt zorg, dat de riem niet nat wordt en men elkaar niet tegen het hoofd slaat. N.B. In de nauwte is deze manoeuvre te verkiezen boven "lopen riemen", omdat nu niets buitenboord steekt en men de handen vrij heeft, om zo nodig de boot af te houden.
dollen - uit
willen - uit
Na "wel geroeid" wordt op deze commando's door eIke roeier de dol uitgenomen en de naast hem hangende wil buitenboord gehangen.
haak - voor Een commando voor boeg 1 om met de haak vóórin de boot gereed te zijn, om bij het langszij schieten, zo nodig de kop van de boot af te houden of aan te trekken. Het kan nodig zijn, dat dit commando vóór "wel - geroeid" gegeven moet worden. In dat geval legt boeg 1 zijn riem reeds bij dat commando in en houdt de haak klaar.
Roeiers
In havens werden de trossen van zeeschepen door roeiboten naar boeien en meerpalen gebracht, geboegseerd. Tegenwoordig met motorvlets, maar die heten nog altijd roeiersboten en hebben meestal een tweekoppige bemanning: de roeier en de vastmaker, in Rotterdam gewoon roeiers geheten, maar in het havengebied van IJmuiden en Amsterdam vletterlieden of de koperen ploeg. Er wordt ook wel eens een barkasroeier waargenomen, maar dat is een vlootpredikant. Op de wal kunnen lijnmannen klaar staan om de toegeworpen keesjes op te vangen en de lijnen op de aangewezen bolders te beleggen. Werkers aan hoogspanningsleidingen worden ook "lijnman" genoemd.
Verwant: jolleman.
Roer Zie uit koers, balansroer, schillingroer, propulsieroer, vissend roer, vissermanroer, zijroer, Easyflow roer en vuistregel roerwerking.
Wetenswaardigheid: Vondel noemde in zijn gedicht Het lof der Zeevaert [1623] het roer een  wouwe-steert (de staart van een wouw). Het gedicht is een pleidooi voor vreedzame koophandel boven agressieve oorlogvoering.
Roerkoning De as door het roerblad waarmee het roer kan worden gedraaid.
Roeruitslag Buiten grootte, vorm en plaats van het roer is de maximale uitslag van belang voor de grootte van de draaicirkel. Sommige fabrikanten van hydraulische besturing beweren met stelligheid dat een uitslag van 35º naar beide kanten het beste rendement geeft. Letterlijk uit de catalogus van Vetus: "Een grotere uitslag geeft voor roeren met de gebruikelijke afmetingen geen extra winst ten aanzien van de manoeuvreerbaarheid, ook al wordt vaak het tegendeel beweerd". De niet nader onderbouwde zinsnede "gebruikelijke afmeting" is vaag. Mijn ervaring bij twee schepen van 10 meter lang met een balansroer is anders. De hydraulische besturing werd volgens voorschrift aangelegd met een max. uitslag van 35º. Resultaat een beduidend grotere draaicirkel dan voorheen bij de kabelbesturing. Na het inkorten van de lever (roerarm), waardoor de uitslag vergroot werd tot ca 40º was de draaicirkel weer teruggebracht tot de oorspronkelijke grootte. Voorwaarde is wel dat een cilinder met voldoende capaciteit wordt gebruikt, immers de krachten worden groter. Verwant: balansroer, schillingroer, propulsieroer, draaicirkel , hydraulische besturing, uit koers en vuistregel roerwerking.

Grote uitslag. Nauwelijks of geen roerwerking.
 
Roest

Roest is de oxidatie (corrosie) van ijzer. Het ontstaat door de invloed van water en zuurstof en helaas wordt niet zoals bij aluminium, koper, zink en tin, een dun afsluitend oxidelaagje gevormd, maar onstaat een bruine steeds groeiende poreuze koek, barstensvol zuurstof, die ook bij minimale aanwezigheid, elke beschermende afdeklaag onherroepelijk doet scheuren, waardoor het proces gewoon doorgaat. In 1775 omschreef Egbert Buys het in zijn Nieuw en Volkomen Woordenboek van Konsten en Weetenschappen als volgt: "Dus noemt men eene soort van Oker, dat natuurlyk of door konst op eenige Metaalen voortkomt, die aan den invloed der Lucht blootgsteld zyn, of gestadig door zuure vogten bevogtigd worden. Het Yzer geeft een bruinagtige of geelagtige Roest" .

Menig bootbezitter wordt er moedeloos van. De eeuwige strijd tegen roest op oudere schepen. Wat er ook gedaan wordt, elk jaar steekt het weer de kop op. De inmiddels verboden loodmenie was eigenlijk het enige product dat voor uitstel zorgde. Er wordt volop geëxperimenteerd met primers, roestoplossers, roestomvormers als Ranex, roestweerders als Hammerite en roeststopmiddelen als Owatrol, doch niets lijkt afdoende. Dat klopt. Ervaring leert dat er maar één methode langdurig werkt. De roest moet totaal, maar dan ook totaal, verwijderd zijn, waarna het blanke ijzer/staal onmiddellijk -en niet een dag later- met een goed hechtende primer opgesloten dient te worden. Zolang de roest niet voor 100% is verwijderd, zal het altijd weer terugkeren.
Op het forum scheepspraet kwam ik de volgende uitspraak tegen: "Tegen roest is een gelijkspel het hoogst haalbare".

Advies:
Verwijder roest niet met een staalborstel of komborstel. Je krijgt weliswaar een glad oppervlak, maar alle vuil, vet en verfresten zijn in de poriën van het ijzer gewreven. Niet bepaald een ondergrond voor een goed hechtend verfsysteem.

De op één na beste methode (na stralen of lawaaiige pneumatische naaldhamer) is het gebruik van een Perago roterende schijf. Daarna een "roestverwijderaar" als b.v. HG aanbrengen, dat natuurlijk niet echt roest verwijdert maar een prima middel is om roestsporen zichtbaar te maken. De nog niet verwijderde roest zie je als donkere verkleuring. Opnieuw schuren/krabben, goed naspoelen en opnieuw verwijderaar aanbrengen. Net zolang herhalen tot alles blank blijft.
Sommige mensen hebben goede ervaring met chemisch verwijderen d.m.v. zoutzuur. De roest wordt snel opgelost tot een papje dat je direct met een doek of keukenpapier moet verwijderen. Nawassen met ammoniakwater voor neutralisering, zeer goed naspoelen en dezelfde dag - het liefst onmiddellijk - doorgaan met schilderen. De vakman ontraadt echter het gebruik van zoutzuur en adviseert fosforzuur. Sinds kort bestaat er een Bio-ontroester, waarvan de fabrikant claimt dat het een verbazingwekkende milieuvriendelijke niet-agressieve manier van roest verwijderen is. Het product is veilig te gebruiken op alle oppervlakken en zal zelfs koper, brons, aluminium, plastic, rubber of vinyl niet aantasten. Helaas lijkt het minder geschikt voor een boot, want het voorwerp dient min. 20 minuten volledig ondergedompeld te worden. Het professioneel ontroesten door onderdompeling in verwarmd zout- of zwavelzuur wordt pikkelen genoemd.
De techniek schrijdt voort. Een mogelijk goed werkend middel voor niet onder te dompelen vlakken zou de gel van Rustyco kunnen zijn. De gel wordt na verwijdering van losse roest met een kwast in een dikke laag aangebracht en na een uurtje met water weggespoeld. Eventueel herhalen. Volgens de fabrikant verwijdert het roest poriëndiep in alle naden en kieren.
Zie ook ontroesten, vliegroest en kruipolie.

Rollezer Wat de verse balie voor de kok was, was de rollezer voor de bottelier. Een helper. Vroeger had hij tot taak voor de olieverlichting te zorgen, koffie voor het wachtsvolk gereed te maken en na wacht de rol van het wachtsvolk van de eerstkomende wacht af te lezen. De kreet was: "Rollezen! Wachtsvolk luister uit naar je naam".
Romp
snelheid
De rompsnelheid is de maximum snelheid van een waterverplaatsend schip afhankelijk van vorm en lengte (carène) van het onderwaterschip en uiteraard de weerstand van het water. Meer motorvermogen zal nauwelijks invloed uitoefenen. Het achterschip zal alleen maar dieper in het water worden getrokken waarbij de golfweerstand van boeg- en hekgolf zal toenemen en de vaareigenschappen slechter worden.
Aan de hand van de lengte van de waterlijn kan je de volgende vuistregel gebruiken om de rompsnelheid te berekenen: 2.45 x wortel waterlijn (in meters) = rompsnelheid in knopen. Vermenigvuldig dat met 1.852 en je weet de rompsnelheid in kilometers. Wil je alleen kilometers weten gebruik dan 4.54 x wortel waterlijn (in meters). De vuistregel gaat slechts op als er voldoende water onder het schip is. Men spreekt zelfs over 10x de diepgang. Inmiddels is op ons forum gebleken dat de formule voor kleine schepen (< 10 meter) in werkelijkheid vaak een lagere uitkomst geeft. Voor de meeste zeiljachten gaat de formule ook niet op. De doelgerichte rompvorm zorgt voor een hogere rompsnelheid dan de uitkomst. Forumlid Frans uit Deurne vond een Boat Speed Calculator om een indruk te krijgen van rompsnelheid en bijpassend motorvermogen.
Uiteraard geldt de formule niet voor planerende schepen (speedboten). Zodra de rompsnelheid overschreden wordt zal de boot in plané komen en met meer motorvermogen juist wel harder gaan. Een uitstekende uitleg van waterweerstand in relatie tot rompsnelheid staat op de site van Pim Geurts waar nog veel meer wetenwaardigheden over een "varend schip" te vinden zijn. Verwant: kruissnelheid, koppel en vermogen, elektrovaren.

Al in de stoomtijd werd geprobeerd om waterverplaatsende schepen sneller dan de rompsnelheid te laten varen. Op de korrelige foto's uit 1898 zien we het jacht Ellide, dat van 16,6 knopen (bovenste foto) naar 34,8 knopen (onderste foto) accelereert en daarbij gaandeweg onder water verdwijnt. De scherpsteven was speciaal gesneden voor de recordpoging en had een afmeting van 24,3 x 2,5 meter. [Professional Boatbuilder]
Rompvorm Rompvorm of spantvorm. Van links naar rechts de meest voorkomende vormen te beginnen met de eenvoudigste, de platbodem, ook wel platboomd genoemd, met daarnaast de rondbodem, ook wel rondboomd; niet te verwarren met rondspant. Als derde de knikspant, heden ten dage de meest gebruikte vorm voor (stalen) motorboten. De multiknikspant heeft twee of meer knikken en benadert daarmee de V-rondspant die nauwelijks nog gebouwd wordt. Daarnaast de rondspant en de wat stabielere gepiekt(e) rondspant. Vervolgens de S-spant met doorgebouwde kiel en tot slot de diep-V-spant die eigenlijk alleen bij snelle motorboten wordt toegepast.

Hieronder de meest voorkomende vormen bij zeilboten.
1) Rondspant met doorgebouwde kiel. 2) Rondspant met aangezette kiel, 3) Knikspant of V-bodem met plaatkiel. 4) Knikspant met platte bodem en midzwaard. 5) Knikspant met ronde bodem en bulbkiel en 6) Knikspant met dubbele knik en aangezette kiel..


1                        2                        3                        4                        5                        6

Ronde en platbodem jachten Verzamelnaam voor jachten, ook als "rond- en platbodem jachten", afgeleid van de oud-Nederlandse typen vissers- en vrachtschepen die met een ronde kim werden gebouwd, of met een hoekige kim en een in dwarsdoorsnede platte bodem.
Zie het overzicht: rond- en platbodem jachten
Rondhout schaven Een tip van Henk de Boer voor het zelf maken van rondhouten; Hij schrijft:
Bij het maken van een rondhout, ga je over het algemeen uit van een vierkante balk. Die krijgt alvast het gewenste dikteverloop mee. Daarna ga je verder met 8-kant zagen of schaven, dan 16-kant, 32-kant en eventueel 64-kant. Tot slot verder rondschuren. Bij het 32-kant en 64-kant schaven is het zaak om de schaaf precies op de rib tussen de twee "oude" schaafvlakken te houden. Dat kan lastig zijn omdat het hoekverschil tussen de schaafvlakken maar klein is.
Hieronder een praktisch hulpmiddeltje:
Neem een (versleten) band van een bandschuurmachine. Knip deze open. De achterkant van de band goed inwrijven met merkkrijt of wasco. Trek de band zigzaggend over het rondhout-in-wording. De overgangen tussen de schaafvlakken worden nu als scherp afgetekende lijnen zichtbaar!
Tip van schipper Cees: gebruik een kraalschaaf (rond snijblad). Verwant: mast, paalmast.
Rondtorn Als je met een bakstagwind (windje in de rug) voor een brug of sluis ligt te wachten kan het noodzakelijk zijn een "rondtorn", d.w.z. een draaicirkel van 360° maken. Het woord rondtorn komt van het Engelse round turn. Met een rondtorn wordt ook de slag van touwwerk rond een voorwerp aangeduid, vaak afgemaakt als een rondtorn met twee halve steken en toegepast bij bolders, meerpalen of ringen.

Rooster
Bij inlaatopeningen van koelwater en boegschroeven wordt soms een rooster of traliewerk aangebracht.  De gedachte is dat vuil (plastic), waterplanten en drijfhout tegen gehouden wordt. Dat is waar, maar er wordt vergeten dat de opening in dat geval al snel geblokkeerd wordt. Hier geldt dat het middel erger is dan de kwaal. Bij de aanzuig van koelwater zal altijd een wierpot geinstalleerd worden. Die is ontworpen om vuil tegen te houden. Een extra barrière is dus onzin. Voor een boegschroef geldt hetzelfde. Inderdaad kunnen plastic of touw de schroef laten vastlopen. Maar dat geldt ook voor onze aandrijfschroef. Waterplanten zullen over het algemeen vermalen worden. En inderdaad zal een blok hout schade opleveren. Maar hoe groot is die kans onder water? Bedenk ook dat een rooster na een paar jaar in het water aardig aangegroeid zal zijn. Wanneer je bij een boegschroef toch besluit de opening te verkleinen ga dan niet verder dan twee of drie smalle tralies en neem het stuwkrachtverlies voor lief. Dat is meer dan je denkt, want je hebt de doorstroming immers aan beide zijden (aanzuig- en stuwkant) geknepen. Bij het plaatje hiernaast van een boegschroeftunnel met veel dikke tralies aan weerszijde is het stuwkrachtverlies aanzienlijk.
RPR Rijnvaart Politie Reglement. Dit geldt op de Rijn in Nederland, de Waal en de Lek. Zie overzichtskaartje.
Rubberboot
Foute naam! Er bestaan geen rubberboten. Ze hebben zelfs nooit bestaan. Nou ja, alleen in WO II als rivieroverstekers, waarbij het materiaal bestond uit rubber op canvasdoek. Waarschijnlijk zien we dat ook bij de Brugslagoefening Pluto in Rhenen uit 1954. Maar goed, de juiste benaming is "opblaasboot" of nog juister: "opblaasbare boot". De meest toegepaste materialen zijn PVC, Hypalon of Akron-TPE (merknamen). De opblaasboot is super veilig, want zelfs geheel vol met water kan de boot nog steeds hetzelfde gewicht dragen. Een goede opblaasboot heeft gescheiden luchtkamers, waardoor de kans op plotseling leeglopen nihil is, een stijve bodem met V-vormige kiel en een stevig hekbord waar een - indien gewenst zware - bb-motor aan bevestigd kan worden. Denk er aan dat de boot dan al gauw sneller dan 20km/u kan varen en dus een vaarbewijs nodig is. De opblaasbare boot is dan wel in haar element, want op lage snelheid is de bestuurbaarheid door het hoog drijvend vermogen ronduit slecht en roeien al helemaal een drama. Een RIB (Rigid Inflatable Boat) is een kruising tussen een opblaasboot en een klassieke boot en heeft daardoor ook bij lage snelheid goede vaareigenschappen. Terwijl de soepele, met lucht gevulde tube drijfvermogen geeft, zorgt de kunststof of aluminium romp als een soort chassis voor de nodige stevigheid. RIBs zijn relatief licht, kunnen veel dragen, varen snel en voelen zich prima thuis op ruw water.
Ruime wind Of van-de-wind, zie zeilstanden.
Ruimende
wind
Je spreekt van een ruimende wind als de windrichting op de kompas- /windroos verandert met de wijzers van de klok mee. De roos kent een verdeling in 360 graden, waarbij 90º staat voor oostenwind, 180º voor zuidenwind, 270º voor westenwind en 360º/0º voor noordenwind. Bij een ruimende wind neemt het aantal graden toe. Het woord ruimen staat oorspronkelijk ook voor verbeteren of gunstig. Men zei ook wel: "De wind schaveelt (schavielt)". Doorgaans klopt dat wel, want een ruimende wind gaat meestal samen met afnemende wind en een weersverbetering. Een onstuimige zee wordt dus stiller, waarop men zei: "de zee is aan het afslechten", dat verwijst naar slecht water, zogenoemd omdat er dan geen vooruitgang geboekt kon worden.
Verwant: krimpende wind en weer.
Ruimenvet Ruimenvet of ruimvet. Ouderwets maar doeltreffend preserveermiddel voor het ruim van stalen schepen. Kijk bij vlakkevet.
Runner Van oorsprong Amerikaanse benaming met verschillende betekenissen:
- een scheepsgezel op een gesleept vaartuig (sleepschip) wanneer dit geen eigen bemanning aan boord heeft. De runners staan onder bevel van de sleepbootkapitein en dienen o.m. toe te zien op het voeren van de vereiste navigatielichten en de conditie van vaartuig en sleeptros.
- een zeeman die slechts voor korte tijd, van de ene naar de andere plaats aan boord is, in plaats van een hele reis.
- iemand die op schepen klanten werft, voor b.v. scheepsleveranciers.
- smokkelschip of blokkade-breker.
- touw of staaldraad dat door een blok is geschoren; (laad)reep.
Rust
In alle rust deze site bekijken is toch wat anders dan de rust op een zeilschip. Het is de oude manier om het want te spreiden en tevens vrij van de verschansing te houden. De rust was een zware plaat, die op z'n kant tegen de buitenhuid bevestigd was. Tegen het boord het dikst en dunner uitlopend naar de buitenkant. Als het boord een invalling had waren aan de boordzijde walmgaten aangebracht om het water te lozen, welke benaming overigens ook wordt gebruikt om de holle gedeelten vóór aan de schacht van het roer, onder elke vingerling te duiden.
De rusten dragen dezelfde naam als de mast waartoe ze behoren, grote rust, fokkerust etc. en zijn op de tekening in zwart aangegeven.
RVS Roestvast staal (roestvrij is een verkeerde naam) is een uitstekend maar wel duur materiaal voor aan boord. De term "roestvast" wordt gebruikt omdat RVS niet roestvrij is, maar wel in hoge mate roestbestendig. Het is een samenstelling van staal, chroom, nikkel en een beetje molybdeen, niobium, mangaan en koolstof. Legeringen bestaan in zo'n 60 variaties van nummer 301 tot 904L en nog zo'n 20 gedeponeerde handelsnamen. Er bestaan magnetische (zonder nikkel) en niet-magnetische soorten. RVS zonder nikkel is niet bestand tegen zeewater. Als de goede soort is gebruikt, voor scheepsbouw meestal 304 of 316 (beide met nikkel) en de nabewerking is goed; professioneel gelast, geslepen en gepolijst (lasnaden gebeitst en gepassiveerd) zullen geen bruine plekken (vliegroest) ontstaan. Huidige scheepsbouwers verpakken RVS nog wel eens in een coating. Pure onzin. Dan hoef je ook geen RVS te gebruiken. Je moet dat wantrouwen, er is waarschijnlijk een goedkope variant gebruikt. Bij RVS uit de 300 serie doet die behandeling zelfs meer kwaad dan goed. De buitenlucht zorgt juist voor een beschermend oxydelaagje. Voor de aanschaf van de juiste kwaliteit RVS zal je moeten vertrouwen op de leverancier. Bij de aanschaf van bouten en moeren kan je naar de aanduiding  kijken. A4 is de "taaiere" legering 316 met molybdeen die hogere trekspanning aan kan en daardoor beter bestand is tegen SCC (stress corrosion cracking). Een test met een magneet kan ook uitkomst bieden, maar type 304 is, wanneer het koud was bewerkt, mogelijk toch licht magnetisch geworden. Gebruik overigens bij een stalen schip onderwater geen RVS; de huid in de directe omgeving zal onherroepelijk putvorming gaan vertonen door galvanische corrosie.
Bron: o.a. Metals Property Database
Rijgklem
Voor de doorverbindingen in het elektrisch boordcircuit worden het liefst rijgklemmen gebruikt. Het lijkt voor de hand te liggen daarvoor een of meerdere strippen kroonsteentjes te nemen, maar die zijn meestal niet corrosiebestendig. De "koper" uitziende kolomschroefjes en doorvoeren blijken vaak niet van messing te zijn en roesten dus. Op zijn minst moet de bedrading voorzien worden van adereindhulzen.
Goede rijgklemmen bestaan uit polyamide met corrosievrije schroef- of klemverbindingen en zijn, zoals de naam al zegt, op een bijbehorende grondrail te "rijgen". Per contact kunnen meestal meerdere draden worden ingeklemd. Bij een goede rijgklem zit de ader vast onder een beugel met een klemplaatje erboven. De schroef zet af tegen het plaatje waardoor de beugel met ader tegen het plaatje geklemd wordt. Als de draad op juiste wijze (zie afbeelding onder) wordt ingevoerd zijn adereindhulzen niet noodzakelijk om een goede verbinding te garanderen. Rijgklemmen zijn verkrijgbaar voor verschillende draaddiameters en zelfs met ingebouwde zekeringhouder. Het is netjes, overzichtelijk en gemakkelijk te wijzigen. Bovendien zijn er cijferkaarten verkrijgbaar, zodat een codering aangebracht kan worden ter identificatie van de verbinding.

goed aangelegde draadverbinding onder schroef of klemplaatje.
Rijnaak Rijnaak is een verzamelnaam voor grote riviervrachtschepen. Klik op de link.

 

  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z  

Heel graag op- of aanmerkingen.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording