|
|
Zaag- en verbindingsmethoden
|
![]() Bij "dosse" wordt evenwijdig aan de jaarringen gezaagd, d.w.z. in tangentiale richting. De groeiringen (jaarringen) zijn goed zichtbaar in de vorm van vlammen. Daarom wordt het ook wel vlamhout genoemd. |
![]() Bij "kwartiers" wordt loodrecht op de jaarringen gezaagd, dus naar het hart van de stam. De jaarringen zijn evenwijdige lijnen en bevinden zich aan boven- en onderzijde van de plank op vrijwel dezelfde plaats. |
![]() De term "rift gezaagd" wordt eigenlijk alleen gebruikt bij dennenhout (grenen); in het algemeen wordt deze methode van zagen "zuiver kwartiers" zagen of radiaal zagen genoemd. |

Bron: Bouwkundige Kennisbank Joostdevree.nl
| De recht toe recht aan "dosse" of tangentiale zaagmethode. De planken bij het hart zijn "kwartiers" en zullen nauwelijks krom trekken of krimpen. Aan de houttekening is te zien of een plank "dosse" of "kwartiers" gezaagd is. Dosse gezaagd hout (schaalhout) laat op het brede vlak een gevlamde tekening zien (vlamhout). Kwartiers- of rift gezaagd hout laat op de kopse kant rechtopstaande nerven (staande jaarringen) zien terwijl op het brede vlak de groeiringen als evenwijdige lijnen zichtbaar zijn. |

Niet zoveel toegepaste, ingewikkelde en kostbare
zaagmethode voor specifieke afnemers.
|
N = zuiver kwartiers hout O = half of vals kwartiers hout S = zogenoemd wagenschot T = zwaar wagenschot R en S = ribben voor tafel- en stoelpoten |
Bron: Watersport, Jaap A.M.Kramer e.a. 3 delen [Hollandia, Baarn 1965-1967]
Bij het zaagloon dat betaald moest
worden kwam eventueel nog het spijkergeld. Dat was om de schade aan de
zaagbladen te vergoeden. In bomen kwamen nog wel eens spijkers of andere
ingegroeide voorwerpen voor, die tijdens het zagen de zaagtanden deden
uitbreken. De kosten hiervan
werden spijkergeld genoemd. In de windzaagmolen van het landgoed Twickel bij Delden (gebouwd 1771) hangt een houten bordje dat de kosten
vermeldt "Als een zaag op ijsser stoot: 12 stuivers", een aardig spijkergeld
als je bedenkt dat het zagen van 100 voet wagenschot eiken toen 20 stuivers kostte.
Bron: Gijs Nederlof, Gildebrief Ambacht & Gereedschap 2009
Wagenschot is de naam voor dun gezaagde eiken planken, die
voor betimmeringen en panelen veel werden gebruikt. Het onderdeel 'wagen' in
de naam wagenschot duidt waarschijnlijk op 'wand' en de hele naam staat dan
voor wandbeschot. Meubelmakers plaatsten deze panelen veel in deuren,
kasten, wandbetimmeringen, scheepsaftimmeringen en koetsen. Ze werden
kwartiers gezaagd. Daar waren twee redenen voor, een esthetische en een
praktische. Door deze zaagmethode kwamen de spiegels in het hout naar voren
en dat gaf een speciale lichtwerking aan hun werkstuk. De praktische reden
was, dat deze planken mooi vlak bleven en zelden bol trokken of gingen
scheuren.
Eeuwen lang was het niet gemakkelijk om deze dunne panelen kwartiers gezaagd
af te leveren, omdat het zagen met de hand moest gebeuren. Twee ervaren
handwerkers zaagden een balk met een grote raamzaag in de lengterichting
door en bereikten daar pas na jaren ervaring een grote precisie in. De
meester
stond boven op de balk en stuurde de zaag nauwkeurig in de goede richting,
de gezel stond beneden en leverde de trekkracht om de tanden door het hout
te ploegen. In Amsterdam werd je pas meester houtzager als het je lukte om
vijf planken uit één stuk wagenschot van circa 5 cm dik te zagen.

De ME vermeldt:
"Kraanzagers op een scheepswerf anno 1675"
De gebruikte zaag is echter geen kraanzaag maar een raamzaag.
![]() |
Bron: Maritieme Encyclopedie deel 3, 1971 [Unieboek, Bussum]