Paal- en havengeld.

Weigerachtigen in Rotterdam.

Rotterdamsche Courant 25 juni 1818
Rotterdam, 24 juni. Waarschuwing.
Burgemeesters der stad Rotterdam onderrigt zijnde, dat sommige schippers binnen het Rijk, doch niet hier ter stede te huis behorende, weigerachtig zijn, om het gewone havengeld te betalen, onder voorgeven, dat, vermits bij art. 198 van de Ordonnantie op het inkomen, uitvaren, doorschieten en leggen van schepen en schuiten binnen de havens dezer Stad, van den 10 april 1715, onder anderen is bepaald, dat van dit havengeld vrij zullen wezen alle de Gildebroeders van het Groot- en Klein-Schippersgilde dezer Stad.
Zo is het, dat Burgemeesters voornoemd, bij deze, ter kennis van allen en een iegelijk, daar bij geconcerneerd, brengen, dat het Schippersgilde, zo als hetzelve bevorens heeft bestaan, vervallen zijnde, voorzeide vrijdom is komen te cesseren, en de Schippers hier ter stede te huis behorende, zo wel als de vreemde binnenlandse Schippers, aan de betaling van voorschreven havengeld zijn gesubjecteerd; waarschuwende, dien volgende, alle de belanghebbende Schippers, dat het havengeld van alle, zo vreemde als hier ter stede te huis behorende Schippers, zonder onderscheid, conform de Ordonnantie van den 10 april 1715, dewelke bij publicatie van den 22 juni 1814 is gemaintineerd, door de havenmeester stiptelijk zal worden ingevorderd, en het uitvaren der Schepen, voor dat hetzelve is betaald, zal worden belet.
Aldus gearresteerd, en van den Raadhuize der stad Rotterdam gepubliceerd den 24 juni 1818.
Burgemeesters voornoemd, Marinus Hoog.

ordonnatie: verordening
geconserneerd: betrokken
cesseren: eindigen
gesubjecteerd: onderworpen
gemaintineerd: gehandhaafd
 

Tarieven te Dordrecht in 1820.

Dordtsche Courant 6 januari 1820
Nog is 31 december l.l. alhier afgekondigd een publicatie van heren burgemeesteren dezer stad, bevattende de navolgende, bij besluit van Z.M. van den 19 november, geapprobeerde ordonnantie, waarop binnen de stad Dordrecht, zal worden geheven een paal- en havengeld. Deze belasting zal betaald worden bij het inkomen van zeeschepen, elken reize, volgens de nieuwe meetbrieven.
Van de grootte van
1 tot 10 lasten NLG 1 : 0
11 tot 20 lasten NLG 2 : 0
21 tot 30 lasten NLG 3 : 0
31 tot 40 lasten NLG 6 : 0
41 tot 60 lasten NLG 12 : 0
61 tot 80 lasten NLG 20 : 0
81 tot 100 lasten NLG 30 : 0
101 tot 150 lasten NLG 36 : 0
151 en daarboven NLG 50 : 0
Schepen uit de West-IndiŽ of Amerika komende, twee derde verhoging van bovenstaand tarief.
Schepen uit de Oost-IndiŽ komende het dubbele tarief.
Alle schepen met hout, zout, steenkolen, stokvis, pik en teer beladen, binnen de haven lossende, de helft van het tarief, en met voorschreven goederen beladen, op de rivieren, voor hun ankers lossende, het een derde gedeelte van het tarief; terwijl alle schepen met andere als bovengenoemde goederen beladen, op stroom en voor hunne ankers lossende, de helft van het tarief betalen; ledig of in ballast inkomende zeeschepen zullen een derde van het tarief betalen.
Uitgaande zeeschepen in ballast of een geringe kwantiteit koopmansgoederen, het derde deel der gemeten grootte niet excederende, vrij, doch meerder beladen zijnde, de helft van het tarief.
De Rijnvaarders met hun lichtere inkomende en uitgaande lasten, telken reize vijftien cents per last van de inhebbende lasten.
Maasponten en dergelijken, geladen, vijf cents per voet lengte, half of minder geladen, of ledig, twee en een halve cents.
Vaste beurtlieden van deze stad varende Van of beneden de 20 lasten groot NLG 3 : 0. Van of boven de 20 lasten groot NLG 5 : 0 per jaar.
Beurtlieden beneden de 10 lasten zijn van deze belasting vrij.
Zeeuwse poonschuiten of vaste beurtschepen, van andere steden op deze stad varende, hier aanleggende, lossende of ladende, zullen, als van ouds, het bovenstaande havengeld, maar eens in het jaar, bij hun eerste reis, betalen.

Deze belasting zal verschuldigd zijn van alle binnenschepen in de stadshavens komende, ofte aan stadskaaijen, wallen of palen vastmakende, en van zeeschepen, liggende tussen de Mallegatsche- en Rietdijkse hoofden, als ook degene welke op de Biesbosch laden.
Deze belasting zal van alle schepen betaald worden aan de stads havenmeester die tot de ontvangst speciaal wordt geautoriseerd, en gelast te waken voor stipte uitvoering dezer ordonnatie.
Alle schippers, die per reis betalen, zullen aan de boomsluiters of brugophaalders een kwitantie van de havenmeester exhiberen, en de boomsluiters en brugophaalders verplicht zijn, daarvan behoorlijke aantekening te houden.
Schippers die deze belasting ontduiken of weigeren, zullen in het eerste geval, het dubbeld havengeld betalen, en de weigerende het dubbeld havengeld en drie guldens boete daar en boven, met deze bepaling nogtans, dat het dubbeld havengeld en de daar aan bepaalde boete, welke door de zich aan deze belasting onttrekkende schippers zal moeten worden betaald, bij provisie niet zullen mogen te boven gaan de som van vijftig guldens.
De invordering dezer belasting en der daarbij bepaalde boeten, zal, in cas van nalatigheid, geschieden door de havenmeester, bij parate executie, op de voet van de wet van 29 april 1819, No. 25, zullende ten aanzien van vreemde schippers, de schepen dadelijk bij arrest kunnen worden aangehouden, ten einde daar aan de executie te kunnen vervolgen, en de exploiten aan boord te doen.

geapprobeerd: goedgekeurd
excederende: overschrijdende
in cas van: in geval van

Bron: Stichting Maritiem-Historische Data.