Spardek

Op zeilschepen uit de 18e eeuw was dit het onderste deel van het achterdek, waar officieren en roergangers gewoonlijk verbleven.
Bij de Amerikaanse marine had de term betrekking op het bovendek van de fregatten, waar de dunne gangboorden die vroeger werden gebruikt om het voorschip en het achterdek met elkaar te verbinden, zo waren uitgebreid en versterkt dat er een doorlopend dek ontstond dat kanonnen kon ondersteunen. De schepen zelf werden ook wel 'spar deck fregatten' genoemd.


Spardek, of op deze Engelse prent: Quarterdeck

Latere betekenis:
Het bovendek van een schip met vlak dek, dat zich uitstrekt van voor- tot achtersteven, maar ook genoemd als het dek voor en achter de brug op het midden van het schip zoals hieronder. Aanvankelijk ook gebouwd op vrachtschepen met passagiersfaciliteiten om bestaande dekbovenbouw met elkaar te verbinden om extra (vaak tijdelijke) overdekte dekruimte voor passagiers te creŽren.



Het "Spar deck Steamschip" BANDOENG uit 1907 met de brug midscheeps.