|
|
| Steentijd | Boomstamkano De dennehouten boomstamkano van Pesse uit de midden steentijd wordt beschouwd als het oudste bewaarde vaartuig ter wereld. De met vuur uitgeholde boomstamkano's worden in talrijke varianten en typen over bijna de gehele wereld aangetroffen. In India, de Indonesische Archipel en Oceanie werd een hoge graad van volmaaktheid bereikt en zijn ze hier en daar nog in gebruik. De uitgeholde boomstam wordt gezien als de opvolger van vlotten uit de vroegst menselijke geschiedenis. Er zijn aanwijzingen dat zelfs "homo erectus" al vlotachtige constructies gebruikte om zee-engten over te steken zo'n 800.000 jaar geleden.
Uitlegkano (outrigger canoe)
|
| Bronstijd |
Brigg-logboat In 1885 werd in Brigg, Lincolnshie, Engeland een zeer lange boomstamkano uit de bronstijd gevonden. Deze tot "Brigg-logboat" gedoopte boomstamkano was gemaakt uit één grote eikenstam en was bijna 15 meter lang en ongeveer 1,5 meter breed en toonde aan dat men in de bronstijd al over een geavanceerde techniek beschikte voor het uithollen van zo'n grote boom.
Huidboot en boomschorskano
Daarnaast ontstond in Guyana,
Noord-Amerika en Australië de boomschorskano, ook wel "houten huidboot" genoemd. Het
"oogsten" van de schors was verschillend. De Akawai uit Guyana kapten de
purperhartboom voor de schors, heel anders dan de methode om berkenbast te
oogsten voor Noord-Amerikaanse kano's. Daar blijft de boom staan en wordt
hij niet gedood door het afschorsen.
Anker
Genaaide schepen
Zeilen en zeilwagens
Kajak
|
| ± 800 - 250 v Chr |
Gladboordige schepen Gladboordig (waarbij de planken strak tegen elkaar in plaats van dakpansgewijs over elkaar heen werden gelegd) werd al in 800 v Chr toegepast op de oud-Griekse galei penteconter. In de planken waren gaten gefreesd om ze aan de binnenzijde met een soort lamello's te verbinden, die op hun beurt met deuvels (pen en gat) werden vastgezet. Gladboordig kwam pas vanaf de 13e eeuw in gebruik bij de bouw van de Zuid-Europese caravela, die omstreeks 1450 als karveel zijn intrede in de Nederlanden deed. Volgens Arne Zuidhoek werd de eerste van de lage landen al eerder in 1439 in Brussel gebouwd.
Oudste kanaal Schroef van
Archimedes
Toepassing van
stoom en eerste stoommachine
Takelsysteem met katrollen
Magnetische kompas
|
| 600 - 1600 |
Grieks vuur Grieks vuur is een van de best bewaarde geheimen aller tijden. Grieks vuur werd rond 672 ontwikkeld en gebruikt door het Oost-Romeinse (Byzantijnse) Rijk. Het rijk verkeerde in grote problemen en had verschillende pijnlijke zeeslagen verloren in oorlogen met de Arabische landen. Toen ze zich overweldigd zagen door de enorme Arabische vloot en weinig kans op succes hadden, gebeurde er iets bijna magisch. De Byzantijnse schepen begonnen hun nieuwe vuur uit te spuwen via speciaal geïnstalleerde sifons en het vuur verteerde alles op zijn pad, het brandde zelfs op water. Niets kon het blussen, behalve zand, azijn of urine. Wat de samenstelling van het mengsel ook was, het was waarschijnlijk behoorlijk complex, want ondanks dat andere beschavingen er wel delen van stalen of buitmaakten, waren ze niet in staat het na te maken.
Boomstamkano met zeil
Zwaard en ophaalbaar roer (7e-13e eeuw)
Schutsluis (10e eeuw)
Gegraven droogdok (10e eeuw)
Raderboot met aandrijving door ossen (13e eeuw)
Zeetonnen (13e eeuw)
Tredmolen havenkraan (13e eeuw)
Onderstaande afbeelding uit een Vlaams gebedenboek van Simon Bening (1483-1561) is van een tredmolenkraan in Brugge begin 16e eeuw. In de haven van Nieuwpoort werden schepen ook op deze wijze gelost.
Scheepskanon Hoewel In Azië al in de 12e en 13e eeuw buskruitwapens op oorlogsschepen werden gebruikt geldt de Slag bij Arnemuiden (1338) als eerste gedocumenteerde zeeslag waarbij kanonnen werden ingezet. Het Engelse schip Christopher voerde toen drie kanons mee. Rond 1500 verschenen geschutspoorten in de scheepshuid, waardoor zware kanonnen laag in het schip konden worden opgesteld en een volledige zijsalvo ("broadside") mogelijk werd. Dat veranderde de zeeoorlog ingrijpend.
Kraanpoort
Stadskraan (15e eeuw) In Amsterdam staat reeds in 1498 een scheepskraan bij de ingang van de O.Z.Waal tegenover de Schreiershoek voor het heffen van zware lasten en het inzetten en uithalen van masten, in de volksmond de grote kraan.
Gangbaar was dat de goederen uit de schuiten werden
gezet met handkracht of met behulp van takels in de masten van de schepen.
Ook bestonden er kleine verplaatsbare kranen. Moesten er echter grote
stukken worden gelost of masten gezet, dan kon men gebruik maken van een
stadskraan. In de meeste steden was een dergelijke kraan te vinden, meestal
één, soms meer.
Verwant: blokzetkraan, Fairbairnkraan, zwenkkraan, reuzenkraan, waterperskraan, drijvende reuzenbok
Jacobsstaf of kruisstaf
Takken- of stokjeskaart
Stuurwiel (16e eeuw)
Da Vinci duikpak (16e eeuw)
Moddermolen (16e eeuw)
Verwant: slibrad, pompbaggerschip.
Wegwerpschip
Daviskwadrant
Op de latten BC en DE zijn graadverdelingen gegraveerd, die tezamen 90°
zijn (hoek BAE). De waarnemer kijkt door het oogvizier F en horizonvizier A
naar de kim. Hij verschuift vizier G zodanig dat de schaduw ervan op het
horizonvizier valt. De aantallen graden tussen FD en CG worden tenslotte
opgeteld, de som is de hoogte van de zon hoven de kim. Op latere
daviskwadranten zijn de latten BC en DE vervangen door hogen, gedeelten van
concentrische cirkels met A als middelpunt. |
| 1600 - 1700 |
Zeilwagen (1) Ingenieur Simon Stevin, ontwerper van waterbouwkundige- en vestingwerken, ontwierp in 1601 een zeilwagen. Een grote en een kleine versie werden in 1602 aan Prins Maurits geschonken, die er met vrienden van Scheveningen naar Petten over het strand zeilde. De prins keerde per koets terug. Toen men dit anderhalve eeuw later ter gelegenheid van een vorstelijk huwelijk wilde herhalen, bleek de zeilwagen in zo'n erbarmelijke staat dat de tocht nimmer is herhaald. Zeilwagen (2)
Scheepskameel
In 1849 verkreeg Abraham Lincoln patent op zijn "Imp. Method of Buoying Vessels Over Shoals", een vaste scheepskameel die bestond uit grote balgen die aan de zijkanten van een boot waren bevestigd en die door middel van luchtpompen konden worden opgeblazen om boten over ondiepten en obstakels in een rivier te tillen.
|
| 1700 - 1710 |
Moddermolens op paardenkracht
Verwant: Slibrad.en Machine en curer les ports (1750)
|
| 1710 - 1740 |
Eerste duikpak Na het ontwerp van Leonardo Da Vinci was de Engelse wolhandelaar John Lethbridge in 1715 de uitvinder van het eerste duikpak, nou ja eigenlijk een duikvat of -ton. De eikenhouten ton had twee gaten voor de armen. De armen waren goed afgesloten met leer dat aan de ton was bevestigd om te voorkomen dat er water in kwam. Aan de onderkant van de ton zat een kleine glasplaat zodat de duiker naar buiten kon kijken. Om het vat onder water te krijgen, moest er 5 honderd pond (254 kg) lood worden toegevoegd. Zoals Lethbridge uitlegde: "haal er maar 15 pond (6,8 kg) gewicht vanaf en het zal naar het wateroppervlak drijven". Verwant ijzeren duikpak
Nikonovs "geheime schip"
Kettingvaart
Hekwieler patent
|
| 1740 - 1760 |
Vliegend schip, een "groote kunstmachine" Daam Schijf had in 1742 aan de Staten van Holland om een Octrooi op een snelle reismachine over het water gevraagd. In 1743 vroeg hij dit ook aan de Staten van Gelderland. Op 11 januari 1743 werd op de scheepswerf van Jan Bol de kiel gelegd voor 'Het Vliegende Vaartuig of de Nieuwe Post- en Rijsmachine'. Een schip dat bedoeld was om in een uur van Zaandam naar Alkmaar te varen. In de Haarlemsche Courant van 'Saterdag 22 juny 1743' stond het volgende bericht: "Het Alias Vliegende Schip van Dammas Schijf te Zaandam is gisteren aan het bewegen gebragt in praesentie van duyzende menschen. De geoctroyeerde inventeur heeft in 't vaartuyg eenige paarden gebracht en maekte daarmede zijn geheyme gemaeckte machine en schepraderen gaeende. Het schip had een slechte voortgang en na nauwelijks tweehonderd roden gevlogen of beter te zeggen, geboomd te hebben, is hetzelfve van onder geborsten en in den grond gezonken. Komende daer ut zwemen 5 levendige paerden en men zegt dat er 1 paerd van verdronken is. De passaigiers die zich in 't selve bevonden, wierden met natte vleugers uyt het water ternaauwernood gered. N.B. "Volg mij Na" is de naam van die groote kunstmachine!".
De napret in de vorm van spotgedichten was na de mislukking van Daam Schijf
nog groot.
Machine en curer les ports (1750)
|
| 1760 - 1770 |
Scheepschronometer Tot in de 18e eeuw was navigatie op zee lastig. Met een sextant en wat hemelobservaties kon je een redelijk idee krijgen van je breedtegraad, maar de lengtegraad bepalen was veel moeilijker. Als een zeeman zeker kon zijn van de tijd op een plaats met een vaste lengtegraad (zoals Greenwich), dan kon hij gemakkelijk bepalen hoe ver oostelijk of westelijk hij zich van die lijn bevond. De beweging van een schip (plus schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid) maakte de productie van een nauwkeurig scheepsuurwerk enorm moeilijk. Daarom loofde de Britse overheid in 1714 twintigduizend pond uit (ongeveer 3,5 miljoen euro in hedendaags geld) om met een oplossing kon komen. Het duurde 47 jaar, maar in 1761 maakte een timmerman uit de arbeidersklasse, John Harrison, de eerste scheepschronometer. Het zou de Britten in staat stellen om nog twee eeuwen lang wereldwijde invloed te genieten, en pas de komst van moderne GPS maakte zijn technologie uiteindelijk overbodig.
Koperhuid In 1761 werd het onderwaterschip van het houten Britse fregat HMS Alarm als proef volledig met koperplaten bekleed tegen de gevreesde paalworm. De proef bleek zeer succesvol: de paalworm bleef weg en de aangroei van zeepokken en wier werd sterk verminderd. De persoon die koperbekleding expliciet voorstelde als bescherming tegen aangroei en paalworm was de Engelse arts en uitvinder Charles Perry in 1708. Zijn voorstel aan de Britse Admiraliteit werd toen echter afgewezen vanwege de hoge kosten. Na verdere experimenten besloot de Britse marine vanaf ongeveer 1778-1783 vrijwel haar gehele vloot van koperhuiden te voorzien. Dat gaf Britse oorlogsschepen een belangrijke snelheids- en onderhoudsvoorsprong. Nederland volgde al snel. De platen waren doorgaans 1,2 m lang en 0,5 m breed en werden in verschillende dikten geleverd. Aanvankelijk werden ijzeren spijkers gebruikt, die echter een sterke galvanische werking veroorzaakten, waardoor de spijkers oxydeerden en de platen van de romp vielen. Later heeft men koperen spijkers gebruikt. Het schip was dan "kopervast" gebouwd. Een linieschip had zo'n vierduizend platen koper nodig met een gewicht van zeventien ton, waarvan alleen al anderhalve ton koperen spijkers
|
| 1770 - 1780 |
Bushnell's Turtle De Amerikaan David Bushnell bouwde in 1775 de eerste duikboot die ontworpen was voor de krijgsmacht. Zijn vaartuig kreeg vanwege de vorm de naam Turtle. De boot bestond uit twee houten schelpen die bijeen werden gehouden door stalen banden met bovenin zes raampjes om naar buiten te kijken. De boot werd aangedreven door een handbediende schroef. Generaal George Washington wilde die eenpersoons duikboot tijdens de onafhankelijksoorlog gebruiken tegen de Britten om hun oorlogsschepen in de haven van New York op te blazen, maar alle pogingen mislukten. Het verhaal over de zes raampjes is merkwaardig, zo niet twijfelachtig. Pas in de 19e eeuw is er sprake van patentglas in patrijspoorten die geen zicht gaven maar wel flauw licht door lieten.
Proefvaarten met stoomvaartuigen
Windmolen cirkelzaag
|
| 1780 - 1790 |
Paardenvaartuig konovodka 1782 Dit was een historisch paardenvaartuig, een uniek type schip dat tegen de stroom in werd voortbewogen door paardenkracht. De Russische uitvinder Ivan Kulibin ontwierp deze constructie in 1782 om het zware werk van menselijke bootslepers (burlaki) te vervangen. Paarden liepen rondjes op het dek om een grote lier (kaapstander) aan te drijven die verbonden was aan een zwaar anker een flink stuk stroomopwaarts dat vooraf door een roeiboot was uitgebracht. De lier aan boord trok het schip vervolgens via de ankerkabel stap voor stap tegen de stroom in omhoog. Een tweede versie uit 1807 heeft alleen op papier bestaan. Het vaartuig werkte op een vergelijkbare manier als het door paarden voortbewogen schip. Het anker werd stroomopwaarts uitgebracht door een bijboot. De rivierstroom dreef raderen aan die aan de zijkant van het schip waren gemonteerd, vergelijkbaar met die van watermolens. De raderen draaiden een as, die via een tandwieloverbrenging verbonden was met een andere as, waarop een trommel was gewikkeld met de ankerlijn. Op deze manier trok het schip zichzelf stroomopwaarts langs de ankerlijn. Terwijl het schip naar het ene anker werd getrokken, werd een ander anker stroomopwaarts uitgebracht en herhaalde het proces zich.
Groene tekst: Trommel waarop de lijn wordt opgewonden. Op
deze manier trekt het schip zich naar het anker toe.
Pyroscaphe, eerste door stoom aangedreven
schip
Waterwandelaar
Stoomboot met peddels
Greathead reddingsboot
|
| 1790 - 1800 |
Het vlot van St. Malo Tijdens de Franse revolutie werd in 1791 dit plan ontworpen voor de invasie van Engeland. Het vlot met kasteel van ingenieur Le Blanc droeg de naam la Chute de l'Angleterre (Engelands val). De tekst onder de gravure uit 1798 luidt: "Dit vaartuig is lang 600, breed 300 voeten, bezet met 500 stukken kanon, 36 en 48 ponders en is geschikt tot transport van 15000 man troepen, tot een landing in Engeland". Daaronder: "Windmolens met horizontale wieken geschikt ter beweging der waterraden om het vlot naar de vereischte streken van het compas te besturen geholpen door een menigte van zwaare riemen". Verder: "Bedekte plaatsen om de waterraden te doen werken door paarden indien de windmolens weggeschoten of beschadigd worden. Ophaalbruggen ter lading en lossing van troepen, paarden, geschut enz". Op de achtergrond een soortgelijk vlot.
Caissonsluis
Kusttelegraaf
|
| 1800 - 1820 | Kunstklip en waterruiter Hollandse zeegaten waren kwetsbaar en nauwelijks voor vijandelijke schepen af te sluiten. Dat bleek b.v. in 1799 toen het gedeelte van de Nederlandse vloot dat in het Nieuwe Diep voor anker lag door de Engelsen werd overvallen en als oorlogsbuit weggevoerd. Er werd onmiddellijk een commissie in het leven geroepen met de opdracht een onderzoek in te stellen naar mogelijkheden om het gat van Texel voor vijandelijke schepen af te sluiten om zo'n blamage in de toekomst te voorkomen. Reeds in februari 1800 werd besloten te kiezen voor een uitvinding van Hendrik Aeneae. Het was een verraderlijke kunstklip van ijzeren punten op een houten geraamte dat net onder het wateroppervlak werd gehouden door een anker of gewicht. De marinewerf in Amsterdam kreeg de opdracht een testexemplaar te maken. Werf's equipagemeester Joachim Pietersz Asmus bleek eigenzinnig en diende een paar dagen later een "eigen" ontwerp van een kunstklip in dat hij de naam waterruiter gaf. Om beschuldiging van plagiaat tegen te gaan was zijn inzending geantedateerd op de dag van de opdracht en niet met eigen naam ondertekend, maar met de leuze Labor Omnia Vincit (werk overwint alles). Proefnemingen met Aeneae's kunstklip (de werf voldeed aan de oorspronkelijke opdracht) waren weinig succesvol. De klip werd bij overvaren onder water geduwd en veroorzaakte hooguit wat krasjes. Kunstklip en waterruiter zijn dus nooit uitgevoerd. Bron: artikel van Harm Stevens in Techniek in Schoonheid.
Eerste "praktische" onderzeeboot De Amerikaan Robert Fulton bouwde in Franse dienst in 1800 de Nautilus. Een ijzeren onderzeeboot, die als de eerste praktische onderzeeboot wordt beschouwd. Aan de oppervlakte werd de boot voortgestuwd door een waaiervormig zeil. Onderwater door middel van een met de hand aangedreven schroef. Het scheepje kon een diepte halen van 7½ meter, maar de vaart was laag en dalen en stijgen ging moeizaam.
Eerste amphibievoertuig Na uitvinding van de stoommachine in de 18e eeuw bedacht de Amerikaan Oliver Evans in 1802 een toepassing als combinatie van boot en voertuig voor baggerwerkzaamheden. Hij noemde het de "Orukter Amphibolis". Hij voorzag een modderbak van wielen en een hekrad. In de bak monteerde hij zijn uitvinding van een vif-pk hogedrukstoommachine als aandrijving. Op 13 juli 1805 reed hij vanuit zijn werkplaats door de straten van Philadelphia naar de Schuylkill River. De Oruktor wordt daarom beschouwd als de eerste auto in de Verenigde Staten en het eerste gemotoriseerde amfibievoertuig ter wereld. Uiteindelijk bleek de uitvinding niet effectief als baggerschip, en werd in 1808 door het baggerbedrijf Board of Health gesloopt. Wikipedia.
Schaal van Beaufort
(1812)
Schepradsluis
(1812) Korte tijd later nam men stoomgemalen
in gebruik die het water via naast de sluis gegraven bemalingskanalen naar
het hogere pand konden opvoeren. In 1926 werd hun functie overgenomen door
zes electrische gemalen en in 1954 zijn in de bemalingskanalen bij elke sluis nog eens twee
elektrische pompen geplaatst.
Deze werden nodig omdat de Drentsche Hoofdvaart naast de
afnemende scheepvaartfunctie een steeds belangrijker taak kreeg als
watertoevoer voor het Drentsche plateau. Het opgepompte water wordt daarbij
onttrokken aan het Meppelerdiep dat in open verbinding staat met het
IJsselmeer via de uitwaterings sluizen bij Zwartsluis.
Scheepsschroef |
| 1820 - 1830 |
Scheepsschroef
(vervolg) De Oostenrijker Josef Ressel liet in 1826 bij een smid in Triëst een waterschroef maken, geïnspireerd op de spiraal van Archimedes. Het was een soort kurketrekker van anderhalve gang [afb. 1 en 2]. Aanvankelijk zou de aandrijving met mankracht geschieden, maar al in 1828 werd er een stoomschip mee uitgerust. Het waren echter de Engelsman Francis P.Smith en de Zweeds-Amerikaanse John Ericsson die met hun patent voor een schroef met twee bladen [afb. 3] de basis legden voor de scheepsschroef zoals we die nu kennen. Ericsson dacht dat die schroef met mankracht kon worden voortbewogen. Hij was zijn tijd ver vooruit met zijn latere vinding van twee in tegengestelde richting draaiende schroeven voorzien van een groot aantal bladen waarvan de uiteinden door een ring met elkaar verbonden waren (afb. 4). Ericsson dacht de door de voorste schroef veroorzaakte verliezen ten gevolge van de rotatie van het water met de achterste schroef terug te kunnen winnen. In de praktijk bleek de winst echter verwaarloosbaar klein en niet op te wegen tegen de ingewikkelde constructie en complicatie die de tegen elkaar in draaiende assen veroorzaakten. Toch heeft Volvo Penta 180 jaar later de technologie nieuw leven ingeblazen met de IPS aandrijving.
Het was kapitein Coppin uit Londonderry, die in 1843 als eerste daadwerkelijk de Archimedes schroef met succes toepaste op zijn stoomschip Great Northern.
Fresnel-lens
Eerste hangbrug/kettingbrug
Veerdienst over het IJ met paarderaderboten
Het in 1915 opgedoken verhaal van een honderaderboot is een fabeltje en wordt toegeschreven aan iemand die (als kind?) met de paardepont gevaren had. ["De paarderaderboot", Ons Amsterdam, Th van Aken 1967 p. 342-344]. N.B. Paarderaderboot en honderaderboot zijn geschreven zonder de moderne tussen-n-regel uit 1996.
Le Bateau Zoolique
Schipmolen
|
| 1830 - 1840 |
Sparonderzeeboot In 1834 werd in de Alexandrovsky-gieterij in Sint-Petersburg, volgens een ontwerp van scheepsingenieur K.A. Schilder, een onderzeeër gebouwd die was uitgerust met een lange spar met daaraan een ton met explosieven. Het schip werd in beweging gezet met vier speciale roeispanen, ontworpen volgens het principe van een eendenpoot, die per twee aan weerszijden van het schip waren bevestigd. Ze werden door roeiers in beweging gezet, maar ondanks de enorme inspanningen van de bemanning bedroeg de snelheid onder water niet meer dan 0,5 km per uur. Schilder hoopte de roeispanen te kunnen vervangen door elektrische aandrijving. Helaas verliep de wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van elektrotechniek in die tijd zeer traag, en in 1841 werd de modificatie van de onderzeeër stopgezet. Het idee van de "spar" werd door de Amerikanen overgenomen tijdens de burgeroorlog in hun spartorpedoboot en 10 jaar later door de Nederlandse Marine Torpedodienst met de spartorpedoboot "Nummer I".
Ontwerp voor een vijfpersoons onderwatervaartuig
Elektrische reddingsboot
Draagbare reddingsboot
|
| 1840 - 1850 |
Duikerklok Hoewel Nicolaes Witsen reeds in 1671 in zijn Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier een uitgebreide beschrijving met afbeeldingen van een duikerklok gaf, kwam Dr. Halley pas rond 1775 met een bruikbaar exemplaar (linker afbeelding). Hij verbleef eens uren lang in de klok onder water. De duikerklok was van hout, met een verstelbaar gewicht. De verse lucht werd in vaten naast de klok neer gelaten en door middel van slangen met de klok verbonden. Door het openen van een kraan kon men het omgevende water in deze luchtmagazijnen inlaten, waaruit dan de lucht verdrongen en door de verbindingsslang in de duikerklok gedreven werd. Later heeft men met het toestel vereenvoudigd en hem vooral in Groot-Brittannië zo goed ingericht, dat men er bijna in alle havens gebruik van maakt. De rechter afbeelding stelt de duikerklok voor, welke in het jaar 1845 door de stad Hamburg werd aangekocht. De verse lucht kwam van boven. Bron: Het boek der uitvindingen, ambachten en fabrieken III, Leiden 1858.
Silent Chain schroef
Anti verdrinkingshoed
Apparaat voor het bergen van gezonken schepen
Zeeparachute en Cliff Crane
Terzelfder tijd kwam de krant met meer "nieuwste uitvindingen voor het redden van schipbreukelingen". Het mortierreddingstouw (lijnwerpmortier) van kapitein Mandy en de Cliff Crane van J.Johnston voor het redden van drenkelingen van stranden omgeven door steile klippen. De kraan staat op een langwerpig plat onderstel en kan naar behoefte vooruit en achteruit worden bewogen. In het hoogste punt is een katrol ingebouwd, waarover een sterk touw is gespannen waaraan een grote mand van een vierkante meter kan worden neergelaten. De kar is voorzien van lange scharnierende pinnen die in de grond worden geslagen om te voorkomen dat hij door het gewicht van de drenkeling(en) over de rand van de klif wordt getrokken.
Krachtmetingen tussen schroef- en raderaandrijving
Vier jaar later op 20 juni 1849 vond weer een krachtmeting plaats tussen rader-
en schroefaandrijving. In het Kanaal werden de raderboot Basilisk en de
schroefaangedreven Niger met de konten aan elkaar geknoopt om te zien welke
voortstuwing het sterkst was. De proef duurde een uur waarbij de Niger de op
volle kracht stomende raderboot met een snelheid van 1.466 knopen achteruit
trok. (Niger rechts, Basilisk links).
Scheepstelephon
Buis van Bourbon
|
| 1850 - 1860 |
Hangbrug aan ballonnen over Het Kanaal
Onderzeeboot met tredmolen aandrijving Wilhelm Bauer was ook de uitvinder van een revolutionair kabellegsysteem voor een zwevende onderzeese telegraaf- of elektriciteitskabel aan ballonnen op een diepte van 70 meter met om de 200 tot 300km een drijvend "kabelstation".
Langste hangbrug/kettingbrug in 1853
Grootste waterrad ter wereld Op 27 oktober 1854 werd in Laxey op het eiland Man het waarschijnlijk grootste waterrad ter wereld in gebruik genomen om de pompen voor het waterbeheer in de mijnschachten van een loodmijn aldaar aan te drijven. Het rad maakt één omwenteling per minuut en drijft twee stangen aan die de waterpompen bedienen. De pompcapaciteit bedraagt ongeveer 110 liter water per seconde vanaf een diepte van 120 meter. Bron: het Illustrirte Wochenschrift Prometheus 21 januari 891.
Captivator In het midden van de 19 eeuw kon de door William Strugeon in 1825 uitgevonden elektromagneet gebruikt worden als hijswerktuig. Hieronder een toepassing in een captivator om stalen scheepsplaten via een rollenbaan te verplaatsen. Het verrijdbare en kantelbare hijsjuk was voorzien van een sterke hefmagneet en kon in de loop van de 20e eeuw zelfs geheel automatisch zijn werk doen. Hieronder een captivator op een opslagterrein van scheepsplaten. Datum onbekend. Bron: Maritieme Encyclopedie deel 2.
Ophaalbare scheepsschroef Vroege stoomschepen schakelden bij gunstige weersomstandigheden over op zeilen. De scheepsschroef, die dan niet werd gebruikt, remde het schip echter af. Dit werd opgelost door de schroef in het schip te hijsen. Dit is een model van zo’n ontkoppelingsmechanisme. Het werd in 1856 aan de Koninklijke Marine aangeboden door Huijgens, die een dergelijk apparaat eerder had gezien op het Britse schip Duke of Wellington. Tekst en afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam .
Kleinste stoomboot Uit midden negentiende eeuw stamt dit ontwerp voor het stoom- roeibootje NINA. Het scheepje werd geleverd met twee schroeven van verschillende diameter. Eén met een doorsnee van 38 cm voor normaal gebruik en een van 24 cm voor varen in ondiep water, wat mogelijk was met een diepgang van 7 cm. Sterke veren brachten het roer na iedere uitslag terug in de uitgangspositie, een idee om de stuurman te ontlasten. Bij de levering behoorde tevens een karretje voor op het droge en dat alles voor $ 250,- (and much less for kits). Bron: Het schip Utopia, Jan F.Röntgen
Reddingsboei
met schatkluis
Het sigaarschip
Aanlegsteiger in getijdehaven Ook in 1858 berichtte "Die Gartenlaube" over problemen bij een drijvende aanlegsteiger in de haven van Liverpool. De gigantische, drijvende steiger had tot dan toe, het voor die tijd enorme bedrag van, 140.000 pond gekost (Het blad sprak over een miljoen thalers) en was de verbinding met de hoge, fortachtige Princess Pier. Vanaf daar dalen vier grote beweegbare bruggen af naar de steiger, die met het getij omhoog en omlaag kan gaan. De steiger zelf is een drijvend platform, rustend op 63 rechthoekige, stevig aan elkaar vastgeketende pontons. Helaas bleken de bruggen te kort bij eb en zo steil, dat niemand met zware bagage op of af kan stappen, laat staan grote ladingen en vee kan vervoeren. Ingenieur Sir William Cubit van dit kolossale bouwwerk wil nu een soort stoomglijbaan op de bruggen installeren, waardoor vee en kinderen met behulp van stoom omhoog en omlaag kunnen glijden, maar hij weet nog niet hoe hij daar daadwerkelijk aan moet beginnen. Hij zei: "ofwel door een vaste locomotief te gebruiken om de kettingen waaraan de glijbanen hangen op en af te wikkelen, ofwel door een hydraulische pers te gebruiken, wat mij een zeer omslachtige en dure perskracht lijkt te vereisen".
Misthoorn
|
| 1860 - 1870 |
Swan of the Exe In 1860 liep dit zwaanvormige jachtje van kapitein Peacock van stapel. Onder de waterliin is de'Swan' een catamaran. Tussen de beide rompen bevindt zich ter verhoging von de stabiliteit een tank voor ballastwater. Evenals bij het levende voorbeeld kon dit scheepie - als de wind het even laat afweten - zich voortbewegen met behulp van een stel zwemvoeten. Een hogere snelheid kon worden bereikt door roeiriemen. Een verdere beschrijving: "De afwerking van de kajuit doet niet onder voor een eersteklas treincoupé. Centraal in deze ruimte staat een tafel, groot genoeg om l2 personen te laten aanzitten. Via uitsparingen in het tafelblad kunnen zij hengelen in het water tussen de rompen. Een snelkookpan voorziet in een snelle toebereiding van de vangst. De kookdampen kunnen ontsnappen langs de zwanehals en de neusgaten. ln de borst van de zwaan bevindt zich een als boudoir ingerichte ruimte waar de dames zich kunnen terugtrekken". Let wel, de aangegeven lengte was slechts 6 meter
Patentmodel voor een stuurinrichting op stoom Dit patentmodel uit 1860 van werktuigbouwkundig ingenieur Frederck Sickels demonstreert zijn idee voor een stuurinrichting op raderboten waarbij stoomdruk in een paar cilinders niet alleen de zijwaartse beweging van het roer van een schip zou regelen, maar het roer ook stabiel in een bepaalde stand zou houden tegen de kracht van het door de raderen achteruit gestuwde water.
Eerste ijzeren pantserschip
Pantserschip Ironclad Monitor
Visstaart- of flaproer
Decoy Ironclad Black Terror
De Connector In 1863 werd te Blackwell aan de Thames een merkwaardig stoomschip te water gelaten. Het was de Connector, die bestond uit drie secties, scharnierend aan elkaar bevestigd. Door deze constructie kon het schip als het ware over de golven glijden. De secties konden worden losgekoppeld en afzonderlijk geladen. De machine was in de achterste sectie geplaatst. De proefvaart zou bevredigend zijn verlopen, maar er is nooit meer iets van vernomen.
De Hunley onderzeeboot In 1864 was de kleine Hunley de eerste onderzeeboot van de Zuidelijke staten in de Amerikaanse Burgeroorlog. Zij was het eerste onderwatervaartuig dat ooit een vijandelijk oorlogsschip tot zlnken bracht. De Hunley, die van een zeveneneenhalve meter lange ijzeren ketel was gemaakt, was eigenlijk weinig meer dan een doodkist op zee en werd voortbewogen door "elleboogstoom". Tijdens proeftochten ging zij ten minste driemaal met de bemanningen ten onder. Ten slotte dreef zij in de nacht van 17 februari 1864 een torpedo in de Housatonic van de tegenpartij, dië voor anker lag in de geblokkeerde haven van Charleston. Een krant van de zuidelijken juichte over de triomf, maar de Hunley ging wel met haar prooi ten onder
Stoomijsbreker
(1864)
De ijsbrekers van Britnev verspreidden zich over de hele wereld. Britnev verkocht de ontwerpen aan vertegenwoordigers uit verschillende landen: Denemarken, Nederland, Zweden, de Verenigde Staten en Canada. Hij bouwde zelf nog twee ijsbrekers: de "Buy" in 1875 en de "Boy" in 1889. In Rusland was de beroemde admiraal Stepan Osipovich Makarov de eerste die Britnevs prestatie erkende. Hij gaf in 1897, na de dood van de uitvinder, opdracht tot de bouw van 's werelds eerste grote ijsbreker van de Arctische klasse, de Yermak. Salonboten tegen zeeziekte Henry Bessemer was een uitvinder pur sang. In de periode 1838 - 1883 wist hij 116 patenten op zijn naam te schrijven. In 1869 vroeg hij patent op zijn idee voor "Vessels for prevention of sea-sickness", nadat hij een jaar eerder zwaar zeeziek geweest was tijdens een overtocht van Calais naar Dover. "Few persons have suffered more severely than I have from sea sickness". De salon zou in zijn Bessemer Saloon Steam Ship waterpas moeten blijven. Een echte proef is nooit genomen omdat de benodigde ingewikkelde hydraulische apparatuur tijdens de proefvaart niet werkte. De constructie zou ook niet echt zeeziekte verhelpen, want alleen het slingeren zou zijn opgeheven, hetgeen maar één van de basisbewegingen is die een schip in de golven maakt.
Hij besloot daarop een ander ontwerp toe te passen dat was gebaseerd op een salon welke op een vrijdragende gyroscoop was gemonteerd. Het S.S. Bessemer heeft daadwerkelijk twee keer de oversteek gemaakt. Bij de maidentrip in 1875 liep het schip bij kalme zee en goed zicht op de pier van Calais. Na reparatie werd een tweede poging ondernomen. Wederom reageerde het schip door de gyroscopen niet op het roer en liep ondanks een zeer ervaren gezagvoerder andermaal op de pier, waarna Bessemer wijselijk besloot af te zien van zijn plan voor een vloot van gyroscopische schepen.
Methode voor aanleg en onderhoud van onderzeese kabels
Tegenwoordig worden vrijwel alle moderne zeiljachten met een asymmetrische gennaker uitgerust. Het grote verschil is dat een gennaker niet geschikt is om pal voor de wind te zeilen, maar vooral goed werkt op schijnbaar scherpe koersen. Door de asymmetrische vorm zijn hier dan ook veel hogere snelheden mee te halen dan met een symmetrische spinnaker. Afbeeldingen: hetzeilhuis
Reuzenkraan voor tillen van stoomketels In de zestiger jaren van de 19e eeuw bouwde machinefabriek C. Waltjen en Co een gigantische havenkraan in Bremerhaven voor het installeren en verwijderen van grote stoomketels van met name de transatlantische Lloyd-stoomschepen. Voorheen was dit alleen mogelijk in Engelse droogdokken. De twee draagpoten van de kraan waren 29 meter hoog en werden gesteund door een 35 meter lange schuine achterpoot die via een schroef met een diameter van 22 centimeter ruim 13 meter verlengd of ingekort kon worden zodat de kraankop tot over het middenpunt van de grote schepen kon worden gekanteld. Het hijsen en positioneren gebeurde met kleine stoomachines van 10 pk. De hijssnelheid was ongeveer 30 cm per minuut. Bron: Die Illustrirte Zeitung 10 februari 1866.
In 1866 had Robert Whitehead al een automobiele torpedo gelanceerd. Hoewel het idee afkomstig was van een Oostenrijks officier, Luppis genaamd, is het Whitehead geweest die de constructie heeft uitgevoerd; derhalve wordt hij als de grondlegger van de torpedo beschouwd. De torpedo werd voortbewogen door samengeperste lucht, die de schroef aandreef. De naam "torpedo" komt van de torpedovis, een soort rog die een elektrische schok afgeeft om zijn prooi te verdoven.
Titan en Hercules blokzetkranen
|
| 1870 - 1880 |
City of Ragusa In 1870 vertrok een Yawl getuigde en compleet omgebouwde scheepsloep uit Liverpool met bestemming New-York. Het vaartuig was naast het zeiltuig voorzien van een tweeblads scheepsschroef die opgehaald kon worden en met spierkracht kon worden aangedreven. Op zich niet nieuw, maar eerdere experimenten hadden uitgewezen dat de voortgang van een op deze wijze aangedreven boot het roeien met riemen of peddels niet eens benaderde. Voor schroefaandrijving bleek een stoommachine noodzakelijk. Kapitein Buckley bedacht echter dat bij voldoende wind een grote zesblads windmolen de scheepsschroef kon aandrijven en durfde zelfs te verklaren dat hiermee de dagen van het stoomschip geteld waren. Voor het gemak vergat hij dat de voortgang dan wederom windafhankelijk was. Na het ronden van de Ierse kust is nimmer meer iets gehoord van Kapitein Buckley en zijn metgezel. Toch vond zijn idee ruim honderd jaar later navolging door Jim Wilkinson met zijn windmolenboot "Revelation". Bron: Het schip Utopia van Jan F. Röntgen.
Schilling kanaalboot aandrijving
Waterfiets In 1871 plaatste de London Illustrated News een illustratie van koningin Victoria op een waterfiets. Naast de vorstin zit haar schoondochter Prinses Alexandra en achter haar zorgen de latere koning Edward VII en een lid van de hofhouding voor de voortstuwing en besturing. De afbeelding is van een diorama in het Londense Science Museum.
Ruim 10 jaar later plaatste Das Neue Universum dit artikel over de vélocipède-boot.
Fischträgerbrug over de Elbe In 1872 werd deze merkwaardige brug, naar een ontwerp van bruggenbouwer Lohse, over de Elbe in gebruik genomen. Het was de Harburger Elbbrücke. Tussen Harburg en Hamburg liggen twee takken van de Elbe: de Süderelbe bij Harburg, ongeveer 400 meter breed, en de Norderelbe bij Hamburg, ongeveer 290 meter breed. De eilanden ertussen, doorsneden door kleinere takken van de Elbe, hebben samen een breedte van ongeveer 7 km. Naast diverse kleinere bruggen moesten daarom ook twee grote bruggen worden gebouwd. Eén daarvan, die de Norderelbe overspant met drie bogen, of liever gezegd dubbele bogen, werd in het tijdschrift "Die Gartenlaube" voor de lezers afgebeeld.
Eerste Europese monitors In navolging van de USS Monitor werden in 1871 voor de Oostenrijks-Hongaarse marine achtereenvolgens de riviermonitors SMS Leitha en SMS Maros te water gelaten, vernoemd naar de Oostenrijkse rivier Leitha en de Hongaarse rivier Maros. SMS staat voor Seiner Majestät Schiff. De Leitha kwam voor het eerst in actie in 1878 tijdens de bezetting van Bosnië, toen de monarchie Bosnië-Herzegovina binnenviel, dat tot dan toe onder Turks bewind had gestaan. Het schip nam actief deel aan gevechten op de rivier de Sava. Daarna voerde ze routinetaken uit op de Donau en zijrivieren. Het schip ligt momenteel als museumschip afgemeerd aan de Donau in Boedapest, vlakbij het Hongaarse parlementsgebouw.
Iets later werden voor de Zweedse marine zeven monitorschepen van de Hildur-klasse te water gelaten, waarvan de HSwMS Sölve nog ala museumschip bestaat. HSwMS staat voor His/Her Swedish Majesty's Ship.
Ondanks de ondergang van de USS Monitor (hierboven) was de Nederlandse Marine gecharmeerd van het ontwerp en liet op basis daarvan een aantal "monitors" als ramschip bouwen. De naam werd een klasse-aanduiding voor pantserschepen met laag vrijboord en onderwater een zwaar gepantserd vooruitstekende scherpe steven om vijandelijke schepen te kunnen rammen. Ook werd wel de benaming ramtorenschip gebruikt omdat de schepen met een geschutstoren en een ramsteven waren uitgerust. Verder bedoelt om landstellingen vanaf kustwater en rivieren te kunnen bestoken. Helaas bleken de rammonitors evenals hun Amerikaanse voorbeeld door de slechte rompvorm en het grote gewicht nauwelijks bestuurbaar en werd onbedoeld van alles en nog wat geramd. Zie het verhaal van de rammonitor Zr.Ms. Adder uit 1875, welke in 1882 bij ruw weer op de Noordzee ter hoogte van Scheveningen verging. Men denkt dat hoge golven de lage schoorsteen insloegen en het vuur doofden, waarbij explosies optraden en sommige stokers omkwamen. Hier het gedicht Vreeselijke ramp.
Spartorpedoboot Tijdens diezelfde Amerikaanse burgeroorlog hadden spartorpedoboten hun dienst bewezen. In Europa was de Nederlandse marine in 1875 een van de eerste met torpedoboot nr.1. Bij de spartorpedoboot stak onder water een lange ophaalbare boom, de spar, voor het schip uit. Op de spar was een springlading bevestigd, die onder het vijandelijke schip werd geplaatst, waarna de lading elektrisch tot ontploffing kon worden gebracht. De spartorpedoboten werden al spoedig verdrongen door torpedoboten met een vistorpedo, een torpedo met eigen aandrijving. Me7. Zie ook zeevaart.
The Illustrated London News schreef: o.a.: Grootste droogdok ter wereld In 1871 werd het toen grootste droogdok voor oorlogsschepen in gebruik genomen. Het was het Britse Somnerset Dock op Malta. Das Buch für Alle schreef in 1872: "Het heeft een lengte van 131 meter aan de voet, een breedte van 32 meter tussen de richels, een breedte van 10,5 meter aan de voet en een breedte van 24,5 meter bij de ingang. Een linieschip of een eersteklas pantserfregat heeft ruimschoots de ruimte in dit bassin, zoals te zien is op onze foto. De bouw van dit dok duurde vier jaar en ging gepaard met ongekende moeilijkheden, want de rots waaruit de holte moest worden uitgehouwen, zat vol scheuren en spleten, waardoor soms zoveel zeewater binnendrong dat het bijna onmogelijk was het tegen te houden, ondanks het feit dat acht enorme stoompompen dag en nacht werkten. Nu het broze gesteente is verwijderd en de scheuren en kloven zijn opgevuld, is het dok een van de beste ooit gebouwd." Stokloos anker In 1871 kreeg William Wasteney Smith Amerikaans patent op een stokloos anker met kantelbare bladen, die zich beide ingroeven. Tot die tijd werd vooral gebruik gemaakt van een stok- of admiraliteitsanker, dat als nadeel had dat slechts een blad zich ingroef. Richard Hall maakte een stokloze variant met gekromde bladen. De Smith- en Hall-ankers werden favoriet bij de Royal Navy en zijn tot op heden in gebruik als conventioneel stokloos anker.
Verbeterde voortstuwing van kanaalboten
Novgorod, Popovka en Livadia In 1873 werden de Russische Novgorod en het zusterschip Popovka te water gelaten. Het waren cirkelvormige platboomd met ijzer beklede kanonneerboten. Het idee van ontwerper vice-admiraal Popov was dat zo'n pannenkoek zeer stabiel zou liggen en in heel ondiep water kon opereren. Ideaal voor de kustverdediging. Omdat hij begreep dat een normaal roer niet zou werken, werd gestuurd met behulp van zes scheepsschroeven. Helaas werkte de theorie niet. Het schip was nauwelijks van koers te veranderen, maar kon wel als een tol ronddraaien. De marine-uitdrukking popoffen voor het manoeuvreren met twee naast elkaar vastgemaakte schepen komt hier vandaan. Was hij geïnspirreerd door het pantserschip monitor?
Het popovka principe werd ook toegepast op het keizerlijk jacht Livadia van het tsarenhuis Romanov. De ronde popov-vorm werd elipsvormig en diende als basis voor een traditionele romp daarboven. Het schip werd voortgestuwd door drie schroeven en was aanmerkelijk beter te besturen dan de originele popovka en aanzienlijk sneller. De latere levensloop van de Livadia is schimmig. Bekend is wel dat ze tot in de jaren twintig als moederschip bij de Russische marine diende.
Onzinkbaar deel van een schip
Eerste scheepslift
Dubbelrompschip In 1874 is geëxperimenteerd met een groot zeewaardig stoomschip met twee halve rompen. Het was de Castalia. De logische gedachte was dat zo een zeer stabiel en comfortabel passagiersschip gerealiseerd kon worden. In de praktijk klopte dit inderdaad, maar het schip was veel te traag en moest na elke tocht kostbare reparaties ondergaan tengevolge van het wringen van de rompen. In 1877 werd daarop de Calais-Douvres gebouwd met twee volledige rompen welke 9 jaar dienst heeft gedaan als veerboot tussen Dover en Calais. Het "dubbelrompschip" dat zeer populair was bij de reizigers werd aangedreven door raderen tussen de rompen en bereikte een snelheid van 13 knopen.
Fairbairn kraan
Waterperskraan De Britse industrieel William Armstrong installeerde in 1878 in Antwerpen de eerste waterperskraan. Deze kranen werden aangedreven met waterdruk. Dokwater werd in verschillende pershuizen opgepompt en onder hoge druk gezet. Via kilometerslange ondergrondse leidingen dreef dit perswater tal van havenwerktuigen aan. Deze technologie hield uitzonderlijk lang stand. Net geen eeuw lang deed het hier dienst, tot het laatste pershuis in 1974 buiten dienst gesteld werd. Vanaf 1907 werkten de hydraulische kranen of “waterperskranen” naast elektrische kranen in de haven. Hoewel de snel evoluerende elektrische technologie de kraantypes steeds groter, sneller wendbaarder en krachtiger maakte, konden de hydraulische kranen nog lang hun mannetje staan.
Torpedoboot of torpedobootjager
Pompbaggerschip Vanaf 1877 werd de haven van Bremerhaven op diepte gehouden met een speciaal voor dat doel ontwikkelde krachtige stoom pompbaggermachine. Het technische hoogstandje kostte maar liefst 95.000 mark, Deutsche Bauzeitung 12-7-1879
Patentmodel van een helmstok op stoom "My invention relates to a contrivance to assist the helmsman in swinging the rudder laterally against the resistance offered by the water", schreef James Davies in 1877. Het bestaat uit een combinatie van een scharnierende cilinder met een veer en een zuiger, die verbonden is met de helmstok. Wanneer de helmstok wordt gedraaid en het roer druk ondervindt van het langsstromende water, compenseren Davies' veer en zuiger de kracht van het water. Omdat het mechanisme niet werkt wanneer het schip achteruit vaart - de veer zou dan met de waterdruk meewerken in plaats van ertegenin - voorzag Davies een pen aan de zijkant van de cilinder om de veer te blokkeren.
Verstebare
schoepen bij raderboten
Mechanisch dieptelood
Podoscaaf In 1878 kwam de Amerikaan Fowler, die in Bordeaux woonde, op het idee van een klein vaartuig dat hij een Podoscaaf noemde, wat letterlijk voetschip of zwemschoen betekent, en waarmee men grote afstanden in het water zou kunnen afleggen. De podoscaaf bestaat uit twee spoelvormige holle metalen cilinders, aan de bovenkant afgeplat, 6 m lang en verbonden door twee sterke metalen staven die op rollen zijn gemonteerd en draaien om draaipunten, zoals te zien is op de afbeelding. Op 19 augustus van dat jaar vertrok Fowler om 4.30 uur vanuit Boulogne, vergezeld door een kleine stoomboot uit voorzorg, aangezien de zee zeer ruw was. Hij had de hulp echter niet nodig en arriveerde veilig om 15.30 uur in de kleine Engelse haven Sandgate. Bron: Das Buch für Alle 1879
Olietanker
Misthoorn met koersrichtingcode Nadat 20 jaar eerder de misthoorn was uitgevonden kwam William B. Barker in 1879 met dit model als onderdeel van het patent voor een mistsein. Het patent omvat een wijzerplaat, gemarkeerd met de windrichtingen, waarop de gebruiker de koers van zijn schip kon aangeven. Een pedaal activeerde de misthoorn die zowel de aanwezigheid als de koers van het schip aankondigde. De hoorn gaf een herhalend patroon van drie of vier stoten. Het patroon "lang, kort, kort" gaf bijvoorbeeld aan dat het schip koers zette tussen noord en noordoost. "Kort, kort, kort, lang" betekende een koers tussen west en zuidwest.
|
| 1880 - 1890 |
Mobiele stoomzaag Eind 19e eeuw was nog steeds veel hout nodig in de scheepsbouw. De Engelse firma A. Ransome & Co. voor hout- en zaagmachinerie kwam in 1880 met een mobiele stoomzaag. Het was een trekzaag op stoomkracht die een boom van 50cm doorsnede in vier minuten kon doorzagen. Op het plaatje zien we op de achtergrond de rijdende stoomketel die via een flexibele stoomleiding de voorloper van de kettingzaag aandrijft.
Verwant: Amerikaanse zaag voor dwarszagen van boomstammen.
"Zonnemachine" anno 1880
IJzeren duikpak met "panorama" helm (1880)
Jarvislier
Fenian Ram of Holland Boat No. II
Opvouwbaar reddingsvlot
Telefoneren vanaf de boot
Verbeterde hefboomwerking van de helmstok
Nieuwe
gaslicht vuurtoren
Box-Boat
Nieuwe
elektrische vuurtoren
Verwant: vuurbakens.
Ontwerp voor een elektrische onderzeeboot
Vliegers en ballonnen
World Typewriter
Amerikaans Zwemtoestel
Stoomaangedreven zwenkkraan 1887 Eerste
elektrische onderzeeboot
|
| 1890 - 1900 |
Reddingsmiddel Omstreeks 1890 kwam dit idee voor een reddingsmiddel op zee. De afbeelding komt uit "Het Schip Utopia", helaas zonder verdere bronvermelding. De peddelaar zit op een opgeblazen gummizak en beweegt met handen en voeten twee schroeven, een voor de voortstuwing en de ander kennelijk om boven water te blijven. Verder een zeiltje voor de voortgang bij gunstige wind.
Drijvende reuzenbok Rond 1890 beschikte de "Chapman Crane and Wreckage Lifting Company" uit New York over een reusachtige vaste kraan op een drijvend ponton. Het Duitse blad Der Stein der Weisen vermeldde in 1891 een aantal wapenfeiten van deze "Reliance". Toen de beroemde Inman-stoomboot "City of New York" na een oceaanreis de Hudson River op voer, raakte een van de twee schroeven de sleepboot "Vicking" zo hard dat er een gat in de zijkant ontstond, waardoor de boot onmiddellijk zonk. De Reliance liet een duiker kettingen om de romp van het gezonken schip plaatsen, waarop door de krachtige kraan de sleepboot langzaam naar de oppervlakte kon worden gehesen en voor reparatie kon worden afgevoerd. Slechts enkele dagen later zonk een andere sleepboot, de 'James A. Garfield', als gevolg van een aanvaring met een andere stoomboot. Ook deze sleepboot werd binnen enkele dagen door de Reliance naar boven gehaald. Het vreemde is dat de boot weliswaar onmiddellijk zonk, maar dat de romp nog volledig intact was. Hetzelfde bedrijf kreeg ook de taak om de olifant 'Jumbo' en zijn kooi uit de stoomboot te tillen na zijn reis over de oceaan, een taak die ze eveneens met gemak volbrachten. Een van de meest recente prestaties van de 'Reliance' was het plaatsen van een granieten blok van 50 ton in een kanaalboot, die de basis zou vormen voor een monument voor John Wentworth dat in Chicago zou worden opgericht.
Windmolen als
elektriciteitsgenerator
De kiel
Plannen voor kabelbanen
over de Rijn
Basculebrug met
rollende contragewichten
Pantserkruiser
Rollerschip van Bazin De Fransman Bazin zag dat een waterverplaatsend schip veel energie verspilt. Hij ontwierp rond 1896, mogelijk geïnspireerd door de proeven van de Amerikaan Chapman in het jaar daarvoor, de "Navire Rouleur". Het rollerschip dreef hoog op het water op zes enorme holle wielen met een doorsnee van ca. 10 m. Het schip was uitgerust met twee machines. Eén voor de schroef en één voor de rollers. Doordat de wielen draaien ondervonden ze weinig weerstand. Bij uitproberen op de dienst Dover-Calais bleek dat de geplande snelheid van 30 knopen bij lange na niet werd gehaald en dat bij zware zeegang de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Geldschieters lieten het afweten en zijn ambiteuze ontwerp met acht wielen voor een Transatlantische verbinding is nooit gerealiseerd.
Rollerschip van Chapman Een jaar voor de Navire Rouleur had de Amerikaan Chapman al experimenten uitgevoerd met een schip met rollen, die nog minder succesvol bleken te zijn dan die van Bazin. Uiteindelijk voerde Chapman in de zomer van 1897 proeven uit in Rouen en op de Seine. Terwijl de rollen van Bazins schip alleen bedoeld waren om het voertuig te ondersteunen en niet direct bij te dragen aan de voortstuwing, dienden de cilindrische rollen met schoepen van Chapman juist wel voor de voortstuwing. Ondanks de installatie van motoren die twee keer zo krachtig waren als die oorspronkelijk in het schip waren geïnstalleerd, kon ondanks alle inspanningen geen snelheid hoger dan 12 knopen worden bereikt – in plaats van de gehoopte 40.
Charles Parsons was een geboren uitvinder. Later zelfs Sir Charles Parsons. Hij begreep dat de op en neer gaande beweging van een stoommachine omgezet moest worden naar een draaiende beweging. Na veel mislukkingen ontstond uiteindelijk de stoomturbine met een hele batterij schoepenraderen op dezelfde as. Op de jaarlijkse vlootschouw bij Spithead in 1897 kwam hij tussen alle grote oorlogsschepen met een klein vaartuig dat veel rook uitbrakend alle snelheidsrecords met negen schroeven aan drie schroefassen verpletterde. Het absolute record van zijn Turbinia kwam op 34 knopen. Een paar maanden later kwamen de eerste bestellingen binnen voor stoomturbines in twee oorlogsschepen. Amfibietrein Op 15 juli 1895 werd een trein-scheepvaartroute geopend op de twee meren ten noorden van Kopenhagen, het Füremeer en het Farummeer, die gescheiden worden door een landengte van ongeveer 340 m breed. De route leidde van het ene meer naar het andere, zonder dat van voer-vaartuig gewisseld hoefde te worden. De dienst werd onderhouden door het stoom amfibievaartuig "Svaner" met spoorwielen die over een spoorlijntje van 1.27 m breed over de landengte reed. Voor de toegang tot de rails vanuit het water werden fuikwanden gebruikt en de boot was voorzien van brede wielen met dubbele flenzen.
Waddenveerboot
In de herfst van 1897 veroorzaakte deze boot nogal wat opschudding in de wateren van Southampton, de Solent en Cowes. Het was uitgerust met een parapluvormig zeil, dat aan een kantelbare mast was bevestigd op een draaiplateau tussen geleiders. Op deze manier kon het zeil zo worden gepositioneerd dat helling van de boot werd vermeden. De constructie was de uitvinding van de heren Percy en S. Pilcher uit Londen en Wilson uit Dublin. De gunstige resultaten die zij behaalden met hun kleine "parasolzeil" brachten een zekere heer Selvyn Edwards uit Newbury ertoe om er een van 122 m² te laten bouwen door Thornycroft in Chiswick. Nooit meer iets van gehoord. Afbeeldingen Das Neue Universum.
|
| 1900 - 1910 |
Slibrad Als voorloper van de slib-, sleep-, of hopperzuiger werd nog tot in het begin van de twintigste eeuw op getijdenwater gebruik gemaakt van een slibrad. De "slibhark" werkte de grond los dat daarna door de getijstroom afgevoerd werd.
Hellend vlak
Eerste motorschip (Russische riviertanker)
Eerste Russische onderzeeboot
Eerste Nederlandse onderzeeboot
Dagblad Scheepvaart 1906: "Vlissingen, 7 juli. De op de rede gehouden schietproeven met de onderzeese torpedoboot LUCTOR ET EMERGO hebben uitstekend voldaan. Dinsdag vertrekt het vaartuig naar het Nieuwediep voor de officiële proeftochten."
Anti-torpedonet
Van de dreadnoughtschepen is maar een exemplaar behouden gebleven, de USS Texas. Dit schip werd in 1912 te water gelaten en kwam in 1914 in dienst. Het was actief op de Noordzee tijdens de Eerste Wereldoorlog en heeft in de Tweede Wereldoorlog konvooien begeleid op de Grote Oceaan en invasiestranden beschoten in Noord-Afrika. In 1948 werd de Texas uit dienst genomen en is nu een museumschip in Houston, Texas.
Onderzeeboot op wielen
Surfboats
|
| 1910 - 1920 |
Aluminium duikpak Tweehonderdveertig kilo woog de eerste versie van een aluminium duikpak uit 1910, dat lijkt op een kostuum uit een sciencefictionfilm van de jaren 50. En toch slaagde deze uitvinding erin een duiker tot een diepte van 212 voet (ongeveer 65 meter) in Long Island Sound te brengen.
Eerste landing op een varend schip
Hydrofoil of wingboat
Handschroefboot
Flettnerroer en Flettner rotorschip Verder was hij in 1924 de uitvinder van het Flettner rotorschip dat ook veelbelovend leek. Op het schip werden twee of meer enorme rechtopstaande cilinders geplaatst. Deze werden door een relatief lichte motor aangedreven met een rotatiesnelheid van ± drie maal de windsnelheid, waardoor de feitelijke windkracht op de rotors werd vertienvoudigd. De rotors werkten hierdoor als enorme zeilen. Het systeem is te vergelijken met een draaitol uit onze jeugd. Als je op een sneldraaiende tol licht blaast, vertrekt die met grote snelheid haaks op de blaasrichting. Door de wind en de draaiende rotors ontstaat dwars op de windrichting, aan de ene zijde een onderdruk en aan de andere zijde een overdruk. Hierdoor wordt het vaartuig aangedreven. Er is enige jaren mee gevaren door vrachtschepen van ± 3000 ton tussen Duitsland en Newyork. Maar het voldeed uiteindelijk niet omdat men toch moest varen als met een zeilschip en er problemen waren met de trillingen (met dank aan Pierre Ven). Inmiddels een eeuw later is het idee weer opgepakt door het Finse Norsepower dat de Flettner rotor omdoopte tot Norsepower Rotor Sail (filmpje) met als doel brandstof te besparen. Verwant: WingSails, reuzenvlieger, vindskip, panelenschip, telescopische zeilen
Kitchenroer Een kitchenroer lijkt het ei van columbus. Het bestaat uit twee bakken, die als de grijper van een hijskraan, de schroef omsluiten. De constructie draait als een normaal roer, maar bovendien kunnen beide platen achter de schroef sluiten of naar weerszijden openen. De schroef draait altijd met dezelfde snelheid in dezelfde richting. Er is geen keerkoppeling nodig. Door het naar elkaar toe brengen van de platen gaat het vaartuig langzamer varen. Door het volledig sluiten wordt achteruit gevaren. Met het openen of sluiten van de platen kan men dus de vaart regelen van vol vooruit tot vol achteruit. Bovendien kan in achteruitvaart gestuurd worden. De uitwerking is verbazend, want bij weinig of geen vaart luistert het vaartuig onmiddellijk naar het roer. Waarom hebben we hier nooit meer iets van gehoord?
Bevoorradingsschip voor Zeppelins De USS Patoka was het eerste bevoorradingsschip (Navy replenishment ship) voor zeppelins. Het schip was oospronkelijk vanaf 1918 in de vaart als brandstoftanker (Fleet oiler) maar werd in 1924 omgebouwd tot hulpschip voor zeppelins. De luchtschepen konden dan midden op de oceaan aan een 40m hoge toren vastmaken om helium en brandstof in te nemen. Uit het gasdichte doek opsnapte namelijk toch altijd helium en uiteraard werd door de motorgondels (pods) brandstof verbruikt. In 1933 was het einde verhaal. Er waren inmiddels twee Amerikaanse luchtschepen verongelukt en het vliegtuig begon vooral qua snelheid terrein te winnen. Zie: camschip. N.B. De fatale brand van de Hindenburg in 1937 was te wijten aan een vulling met het zeer brandbare, maar lichtere waterstof. Duitsland kon niet meer aan het veiliger en wat zwaarder helium komen omdat leverancier USA weigerde nog aan Duitsland te leveren.
|
| 1920 - 1930 |
1920: Patent op een verbeterde davit Het vergaan van de Titanic in 1912 en het enorme verlies van mensenlevens op zee tijdens WO I zette de Nederlander Ane Pieter Schat aan tot het ontwikkelen van zeer ingenieuze davits, toestellen om ook onder ongunstige omstandigheden snel reddingsboten veilig te water te kunnen laten. Op 3 november 1920 patenteerde hij een van zijn eerste ontwerpen van een davit. In de jaren hierna volgden meer dan 300 andere reddingsmiddelen patenten, die duizenden mensenlevens zouden redden.
1922: Eerste
echte vliegdekschip
Schroefaandrijving door automobiel
Vliegtuigboot In 1926 kondigde de "Sächsischen Gleitbootverkehrsgesellschaft" aan dat binnenkort een "gleitboot" in gebruik zou worden genomen op de Elbe tussen Dresden en Schandau. "Het vaartuig heeft een compacte, druppelvormige romp en biedt plaats aan 50 personen in twee salons. De houten vloer heeft een vorm die zorgt voor minimale luchtweerstand, ondanks de hoge snelheid van 50-60 km/u. Het zweefvaartuig, de 'Delphin I', wordt aangedreven door een grote tweebladige vliegtuigpropeller". Het is onbekend of, en hoe lang, de dienst heeft bestaan. Bron: Jaarboek Das Neue Universum (1880 - 2002)
Zeppelin-glijboot Gyro-stabilisatie In de twintiger en dertiger jaren werd er geëxperimenteerd met gyro-stabilisatoren om het slingeren van een schip tegen te gaan.. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de precessiebeweging van een tol die het slingeren dempt. De stabilistie werd met succes toegepast op oorlogs- en koopvaardijschepen. Bij passagiersschepen was het minder succesvol omdat het schip de neiging had om te lang in een helling te blijven liggen alvorens zich op te richten.
Plan voor drooglegging van de Noordzee Drooglegging van de Noordzee volgens een Duits plan uit 1929. Een dijk tussen de kop van Denemarken (Jutland) loopt via de Doggersbank naar de Engelse kust van Norfolk bij de plaats Cromer. Het Kanaal tussen Dover en Calais wordt eveneens met een dijk afgesloten. Een derde dijk loopt van Southend-on-Sea naar Dover en een vierde van Calais naar Hoek van Holland. In de zo ontstane Noordzeepolder met randmeren zou ruimte voor spoorwegen en nieuwe steden zijn. Hoe de afwatering van Rijn, Maas, IJssel en Theems zou moeten geschieden is een raadsel. In het kadertje zien we een dijk van 30 m hoog, zo te zien vanaf de zeebodem. Dat lijkt nogal optimistisch. Bij de langste dijk naar Denemarken heeft de Noordzee ten zuiden van de Doggersbank op de meeste plaatsen weliswaar een diepte van minder dan 50 meter, maar ter hoogte van Jutland is al sprake van een diepte van ten minste 100 meter. Een onmogelijke opgave dus. Ter herinnering: onze afsluitdijk in 5 jaar aangelegd in water van 7 meter diep en in het zesde jaar 1933 voor verkeer geopend was al een wereldprestatie. Bron: Het leven, Spaarnestad Photo, mogelijk een uittreksel van een uitgebreider artikel uit het weekblad Panorama.
|
| 1930 - 1940 |
Amfibiefiets Een opmerkelijke Parijse uitvinding uit 1932 was de Cyclomer, een amfibische fiets, die zowel op het land kon rijden als over het water kon varen. De fiets bleek te zwaar en onhandig en is nooit in productie genomen.
Luchtkussenvoertuig Hovercraft
Elektrische buitenboordmotor
Bulbsteven of
Yurkevich-bol
De Kalakala IJsanker
Onderzeeboot snuiver
|
| 1940 - 1950 |
Baileybrug Een Baileybrug is een vakwerkbrug, die in 1940-1941 door Donald Baily op verzoek van het de Britse Ministry of Supply werd ontwikkeld voor militair gebruik tijdens de Tweede Wereldoorlog en veelvuldig werd gebruikt door Britse, Canadese en Amerikaanse militaire genie-eenheden . Een Baileybrug heeft als voordeel dat er geen speciaal gereedschap of zwaar materieel nodig is om te monteren. De houten en stalen brugelementen zijn klein en licht genoeg om per vrachtwagens te worden vervoerd. Terplekke met de hand te worden samengesteld en vanaf één kant van het vaarwater segment voor segment naar de overzijde te kunnen worden geschoven. Bij een brede oversteek werd de brug op pontons gelegd. De bruggen waren sterk genoeg om tanks te dragen. Baileybruggen worden nog steeds veelvuldig gebruikt in civiele bouwprojecten en als tijdelijke oversteekplaats voor voetgangers en voertuigen. Anti onderzeebootwapen Hedgehog Al in de eerste wereldoorlog experimenteerde de Britse marine met dieptbomman als geducht anti onderzeebootwapen. Het waren vaten gevuld met explosieven en hadden een klok of dieptemeter die van tevoren ingesteld konden worden. Na verloop van tijd, afhankelijk van de snelheid waarmee de dieptebom zonk, of op de ingestelde diepte kwam de bom tot ontploffing. De schokgolf leidde tot schade aan de onderzeeboot waardoor deze zonk of gedwongen werd naar de oppervlakte te komen. Dieptebommen werden van het achterdek of over de zijkant van het schip in het water gerold. Wil de aanval effectief zijn dan was het noodzaak dat het schip recht boven de onderzeeboot voer op het moment dat de bommen vallen. In november 1942 werd het anti onderzeeboot wapen, de ‘Hedgehog’
ingezet, een granaatwerper die 24 granaten tegelijk kon afvuren. De
granaten explodeerden pas bij contact met de romp van de onderzeeër. De
“Hedgehog”vuurde vanaf het voordek
"Pinwheel" manoeuvreren
Amfibievoertuig "Duck"
Motorjacht naar ontwerp van Anthony Fokker
Project Habakkuk, een vliegdekschip van ijs
Verder werd voorbij gegaan aan het feit dat een ijsberg slechts voor een klein deel boven het water uitsteekt. Afhankelijk van het percentage zuurstof in het ijs kan dit verschillen, maar een ijsberg zal maar voor een vijfde tot een zevende boven water liggen. Hoe diep zou de Habbakuk dan wel niet moeten steken? Demagnetisering in WO II
Andere methode van roeien
Eerste polyester boot
Onzichtbaar schip, het Philadelphia-experiment
SCUBA
(Self-Contained Underwater Breathing Apparatus)
Eerste
experimentele stealth onderzeeër
Eénpersoonsduikboot Biber De Bibers zouden een belangrijke rol spelen in de
Slag om de Schelde. Zij werden vanuit Hellevoetsluis en Maassluis door een
sleepboot naar volle zee gebracht. Ter hoogte van Voorne werden de
trossen losgegooid en voeren ze op eigen kracht naar de
Westerschelde.
Van november 1944 tot en met 7 mei 1945 zijn er door de
eenmansduikbootjes 28 schepen op de Westerschelde tot zinken
gebracht. Sommige door aanvallen met torpedo’s, andere door het
plaatsen van “slimme zeemijnen’. Maar toch was het wapen niet zo
succesvol als werd gedacht, want veel jonge bestuurders verloren het
leven door koolmonoxidevergiftiging.
Bemande torpedo
Sprengboot Tornado
|
| 1950 - 1960 |
Eerste onzinkbare
polyester boot De eerste onzinkbare polyester boot werd in 1954 als prototype gebouwd door Dick Fisher. De 4 meter lange boot was gebaseerd op een ontwerp van zijn vriend, scheepsarchitect C. Raymond Hunt. Ze bedachten wat sindsdien bekendstaat als het "Boston Whaler's Unibond" constructieproces, waarbij de vrouwelijke romp en de binnenbekleding (in feite de bodem en de binnenwanden van de romp) worden opgebouwd met glasvezel en vervolgens direct worden omgekeerd en aan elkaar geklemd. Terwijl de glasvezel uithardt, wordt de ruimte tussen de twee mallen geïnjecteerd met polyurethaanschuim dat uitzet, elke holte tussen de twee mallen vult en zich hecht aan de uithardende glasvezel. De productie van de boot onder de naam Boston Whaler begon in 1956. In 1961 promootte hij de onzinkbaarheid door de boot doormidden te laten zagen.
Eerste
containerschip
Telescopische
loopplank
Airslot romp
Raketboot
Eerste hekdrive
|
| 1960 - 1970 |
Bathyscaaf De bathyscaaf "Trieste" is een historisch Zwitsers ontworpen duikvaartuig dat op 23 januari 1960 geschiedenis schreef door met Jacques Piccard en Don Walsh de bodem van de Marianentrog (Challenger Deep) te bereiken op ruim 10.900 meter diepte. Ook wel "zeven mijlen onderzee" genoemd. Het vaartuig, ontworpen door Auguste Piccard, gebruikte petroleum voor drijfvermogen en ijzeren ballasten voor de afdaling. Het bestond uit een met petroleum gevulde drijver (kan niet samengedrukt worden) voor opwaartse kracht en een stalen bol (gondel) voor de bemanning, gebouwd door Krupp. Ondanks de extreme druk en duisternis namen ze levende wezens waar, zoals platvis, wat bewees dat leven op dergelijke diepten mogelijk is. Na de recordduik werd de Trieste door de Amerikaanse marine gebruikt, onder andere voor het zoeken naar de gezonken onderzeeboot USS Thresher in 1963. Het vaartuig bevindt zich momenteel in het National Museum of the U.S. Navy in Washington D.C.
"Platte" raderboot
Aquascope
Ekranoplan
FLIP (FLoating
Instrument Platform)
Scheeps-richtingaanwijzer
Zweefvaartuig Columbia
|
| 1970 - 1980 |
Onderwatergeweer APS De APS ( Underwater Special Automatic Rifle of Simonov 's Underwater Rifle ) uit 1975 is een speciaal aanvalsgeweer voor onder water, dat ontworpen werd door Vladimir Vasiljevitsj Simonov, een Russische ingenieur van de wapenfabriek van Tula. Het is een persoonlijk wapen voor duikers en wordt gebruikt om zowel doelen aan de oppervlakte (opblaasboten, speedboten, enz.) als doelen onder water (lichtduikers, onderwatertransportmiddelen) te bestrijden. Indien nodig kan het ook worden gebruikt om de duiker te beschermen tegen gevaarlijke roofdieren zoals haaien en krokodillen.
Postzegelset met boten 1975
|
| 1970 - 1980 |
Eerste motorschip
met zeilpanelen Begin september 1981 vertrok uit de Japanse havenstad Kure een kleine tanker naar zee. Opvallend aan het nieuwe schip waren de twee dikke ongestaagde masten met aan weerszijde grote samengevouwen panelen. Buitengaats spreidden de panelen zich uit terwijl de machine langzamer ging draaien. Toch nam de vaart van de tanker niet af. 's Werelds eerste moderne motor-zeilschip, de Shin Aitoku Maru was begonnen aan zijn maidentrip. Uiteindelijk werd een brandstofbesparing van 10-15% gerealiseerd. Zie ook eSail en WingSail, reuzenvlieger, telescopische zeilen, panelenschip, Flettner-rotorschip Bron: S.J.Burgeler.
|
| 1980 - 1990 |
Windmolen voortstuwing In de jaren tachtig blies de Engelsman Jim Wilkinson nieuw leven in het idee van molenvoortstuwing. Mogelijk geïnspireerd door kapitein Buckley uit 1870. Jim Wilkinson ontwierp en bouwde een revolutionaire molencatamaran met de toepasselijke naam Revelation (openbaring). Het concept werkte het best met tegenwind. De snelheid was zeer matig matig en je zou dus zeggen: hoe harder de wind, hoe sneller het schip. Nee dus. Het bleek dat hardere tegenwind het schip meer tegenhield dan gedacht en er nog nauwelijks voortgang werd geboekt. Toen aanpassingen van een drietal opvolgende catamarans geen verbetering gaf werd het project gestaakt.
Dubbele schroef
|
| 1990 - 2000 |
Magneto HydroDynamische aandrijving In 1991 is door Mitsubishi Heavy Industries, Ltd uit Japan een prototype van een schip met MHD aandrijving te water gelaten. Bij deze magneto hydrodynamische aandrijving wordt zeewater met kracht door stuwbuizen naar buiten geblazen zonder dat daar bewegende delen aan te pas komen. De voortstuwing geschiedt door met vloeibare helium gekoelde supergeleiders. In theorie een geweldig systeem dat geruisloos zijn werk doet. Maar om de grote magneten tot het noodzakelijke bijna absolute nulpunt te koelen zijn grote energie vretende koelmachines nodig. Uiteindelijk werkte het systeem wel, maar het zoutgehalte van het zeewater was te laag om de te verwachten hoge voortstuwingskracht te krijgen. Het schip, de op snelheid gebouwde Yamato-1 haalde slechts een snelheid van 15km/u en is nooit verder gekomen dan enkele proefvaarten.
De Walgvogel Na langdurige, doch vruchtbaar overleg, is bij
notariële acte op l-4-91 opgericht de 'B.V. Jammerwind'. Het schip is viermastgetuigd, met volledige
hydraulisch bedienbare "Fool-Proof"-tuigage. Om beter te
kunnen genieten van de rust en vrede van de mooie natuur worden aan
dek 6 speedboten en 8 waterscooters meegevoerd. Er zijn drie aparte
stuurstands, waar iedere gast zijn of haar roertorn kan beleven. De
ruime en van een bar voorziene stuurhut zal openstaan voor de echte
navigatieliefhebbers.
Freedom Ship Verwant: het monsterschip Tessarakonth. |
| 2000 - heden |
ShoreTension Gebruikelijk was dat schepen die in het vooruitzicht van stormweer richting Rotterdam kwamen buitengaats bleven wachten op betere weersomstandigheden voordat zij daadwerkelijk de haven binnenliepen. Soms verlieten schepen de havens zelfs tijdelijk om het slechte weer op zee uit te zitten, om ongevallen door knappende trossen te voorkomen. De oplossing kwam in 2007 met de ShoreTension; simpel gezegd een hydraulische cilinder die de piekspanning van de trossen haalt door iets mee te veren bij harde windstoten en golfbewegingen. Bron en afbeelding Nieuwsblad Transport 2018
Stevelduct Sluistrap
Toekomstmuziek of horrorscenario?
Droplock of
Valsluis
Amfibie Veerdienst
Eerste elektrisch aangedreven vrachtschip Shuttle Bike
Eindelijk kwam in 2012 een waterfiets die doet wat je wil en ook nog redelijke
snelheid heeft. Het Italiaanse SBK kwam met de
Shuttle Bike Kit, waarmee een moutainbike, een gewone fiets of een
elektrische fiets met een "rugzakpakketje" van 12,7 kg omgebouwd kan worden tot een
stabiele waterfiets die "voetmatig" een snelheid van 6km (rustig trappen)
tot 10km per uur (stevig doortrappen) bereikt. Het achterwiel drijft via
een kabel (op de foto te zien) een propeller aan, die onderaan het
voorwiel is bevestigd en daarmee besturing met het fietsstuur tot zeer
korte bochten
mogelijk maakt.
Zie verder schillerbikes van
Judah Schiller uit California die het idee pikte? en een dure versie ontwikkelde. Zijn
kant en klare waterfiets is zeewaterbestendig en kan met twee propellers zelfs een snelheid van 15km per uur bereiken.
Afhankelijk van uitvoering moet bij hem wel tussen de zes en
tienduizend dollar worden afgetikt. De prijs van de originele
Shuttlebike kit (het rugzakje) met pompje en opblaasbare drijvers is 958
euro incl verzendkosten. Aquaskipper Boat Conveyor
Suppen
Kantelsluis Grootste schip ter wereld in 2017 Vismigratie Kornwerderzand Vindskip met hoge romp als zeil O-foil Cirkelbrug OPOC-dieselmotor Hull Cleaner robot
Wasteshark
Kleinste reddingsvest ter wereld
Hexapod (Beest van Delft) Een hexapod, naamsverwant: azipod, is een testmachine met zes hydraulische actuators als poten. Dit "Beest van Delft" (TU Delft) maakt het mogelijk om het platform vrij te bewegen met 6 graden vrijheid (horizontale en verticale translatie en rotatie rond elke translatie-as). De hexapod wordt gebruikt voor dynamische duurzaamheidstesten van gelaste scheepsstukken. Wat de Hexapod van de TU Delft uniek maakt, is dat het grote krachten kan uitoefenen op relatief kleine verplaatsingen. De hexapod van Delft kan in zes richtingen krachten tot 100 ton uitoefenen op materialen en delen van constructies. Dit kwalificeert de Hexapod voor multiaxiale vermoeidheidstesten onder complexe belastingomstandigheden - representatief voor de belastingen die worden ondervonden door de krachten van een ruwe zee (in vaktaal: variabele/willekeurige amplitudelading, niet-proportionele belasting geïnduceerd door fase en/of frequentie).De lage frequentie van 30 hz zorgt ervoor dat veroudering van 20 jaar in 4 weken geneten kan worden. Bron en afbeelding: Maritime and Transport Technology van de TUdelft.nl.
SeaWing Op de beurs SMM in Hamburg maakten Airbus en AirSeas bekend dat Airbus een eerste SeaWing systeem heeft gekocht voor één van de vier RoRo-schepen waarmee de vliegtuigbouwer onderdelen vervoert tussen de verschillende productielocaties in Europa en die in de Verenigde Staten. De Europese vliegtuigbouwer heeft een assemblagefabriek in Alabama. Met een spanwijdte van 35 meter en een zeiloppervlak van 500 vierkante meter moet de SeaWing dan een brandstofbesparing van 20% opleveren. De SeaWing lijkt op de 10 jaar geleden in Duitsland ontwikkelde vlieger van het inmiddels failliete SkySails. Net als bij het SkySail draait de aan het voorschip trekkende SeaWing continu achtjes in de lucht. ‘Dat zorgt voor een sterkere en snellere luchtstroming langs de vlieger, wat extra lift oplevert bij een parafoil', aldus algemeen directeur Vincent Bernatets van AirSeas: ‘De door ons ontwikkelde parafoil is daarbij geoptimaliseerd door in aerodynamica gespecialiseerde ingenieurs van Airbus. ‘Wanneer de luchtkussens in het frameloze parafoilzeil zich vullen, zorgt dat voor een vleugelprofiel met nog meer lift.' Bovendien gaat het oplaten en binnenhalen volledig automatisch. Bron: Artikel van Hans Heynen voor Schuttevaer, 21 september 2018.
De geheel uit carbonfiber-epoxy vervaardigde elektrische sandwich speedboot SAY29E van de Duitse botenbouwer SAY heeft op de Bodensee het snelheidsrecord voor e-boten met een lengte tussen de 8 en 10 meter gevestigd. De SAY29E is 8.85m lang. Er werden in totaal zes runs in een rechte lijn afgelegd, waarbij de hoogst gemeten snelheid 95 km/u was. De elektromotor had een maximum vermogen van 360kW. Het toegepaste Kreisel battery pack had een capaciteit van 120 kWh. Bron: Professional Boatbuilder. De datum van het record werd niet vermeld. Waarschijnlijk zomer 2018.
Onderwater hyperloop Wereldwijd worden tests uitgevoerd met de hyperloop, een soort buizenpost op groot formaat. Een capsule vliegt met zeer hoge snelheid (tot 1200km/u) door een vrijwel vacuüm gezogen buis. Maritiem onderzoeksinstituut Marin in Wageningen doet onderzoek (2019) naar de mogelijkheid van een trans-Atlantische onderwater-hyperloop als alternatief voor het vele vliegverkeer dat dagelijks de oceaan oversteekt. Vracht, maar wellicht ook personen zouden dan in 30 meter lange "pods" veilig met grote snelheid zonder luchtvervuiling de oceanen kunnen oversteken. Yacht Support Vessel Superrijke eigenaren van superjachten hebben een groot probleem. Waar laten ze hun speeltjes? Denk aan jetski's, miniduikboten, speedboten, RIB's, zeilboten catamarans en natuurlijk een helikopter. Daar is op z'n minst een bijboot voor nodig. Vanaf 2009 speelde Damen Shipyards daarop in met de ontwikkeling van een "Yacht Support Vessel". Aanvankelijk met een lengte van 50 meter. Op dit moment [2020] zijn er al 15 Damen yacht support vessels in de vaart in diverse uitvoeringen en lengtes. Inmiddels staan er twee op stapel van 75 en 85 meter. De hulpvaartuigen met kraan kunnen tevens dienen als bevoorrader van voeding, brandstof en reserveonderdelen en volgens schuttevaer ook voor grootschalige bbq's en party's.
eSails en Wingsails Wind-Assisted Propulsion Systems of Wind-Assisted Ship Propulsion, WAPS of WASP profiteren van wind om voorwaartse stuwkracht te genereren, waardoor de vereiste motorstuwkracht wordt verminderd en bijgevolg het brandstofverbruik en de uitstoot van verontreinigende stoffen worden verminderd. Het Spaanse Bound4blue ontwikkelde twee systemen: eSails en inklapbare Wingsails. In juni 2021 werden de starre zeilen voor het eerst in een 12 meter hoge eSails uitvoering geïnstalleerd op een Panamees vissersvaartuig en in december van dat jaar volgde installatie van 17 meter hoge eSails op een vrachtschip. Klik voor meer informatie op de plaatjes. Verwant: windschip, reuzenvlieger, panelenschip, telescopische zeilen, Flettner-rotorschip.
Crew Transfer Vessel (CTV) Door aankoop van het Australisch Nauti-Craft patent, brengt Wallaby Boats in 2022 een hydraulisch geveerde catamaran in de vaart, die passagiers met grote snelheid vrijwel zonder golfhinder kan vervoeren. Deze crew tender of crew transfer vessel (CTV) gaat personeel naar windparken op de Oostzee brengen en halen. Het schip wordt gestabiliseerd door vier onafhankelijk bewegende poten op de drijvers en kan ook ingezet worden als loodsboot of klein werkvaartuig. Nautic-Craft zelf brengt een kleinere versie voor kapitaalkrachtige recreatievaarders. Bronnen: Nauti-Craft en Wallaby Boats.
Elektrische draagvleugelveerboot
Offshore-schepen op waterstof
Offshore-schip op methanol
Toroide propeller
Rotorkoproer
Inboard Performance System (IPS)
Novimove, de moderne scheepskameel
Cruiseschip van de toekomst
Telescopische vleugelzeilen One-stroke swashplate engine "e-REX" Dynafin Saildrone
Flexibel droogdok 2025: Genomineerde in de
duurzaam dertig dag onder de
titel pr8-design.nl .
Foto's JohP Hydrofoil Ebike
|
Heel graag op- of aanmerkingen. |
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.